Het is de normaalste zaak van de wereld. Je gaat naar de supermarkt, koopt een blikje frisdrank en drinkt het op. In 1935 was dit nog niet zo vanzelfsprekend. Het populaire frisdrankblikje viert zijn tachtigste verjaardag.

Blikjes zijn nu populairder dan ooit. Er is bijna geen drankje meer te krijgen dat niet in blik beschikbaar is. In Europa was er vorig jaar een record gevestigd. Met alle Europeanen consumeerden wij vorig jaar meer dan 63 miljard blikjes. Hiervan zijn 6,3 miljard uit Nederland en België.

Waarom het zo populair is kan Luc van Hooren vertellen, hij is grafisch manager van drankblik fabriek Ball. “Vooral het gemak speelt een rol. Daarbuiten is het zuurstofdicht en lichtdicht zodat het lang bewaard kan worden en een  blik is het makkelijk te koelen. Dit in tegenstelling tot de petfles, want hierin verliest de frisdrank snel de prik. In een blikje zit na een jaar nog steeds dezelfde prik in de frisdrank”, aldus van Hooren.

Het oorspronkelijke idee van een blikje frisdrank kwam niet van een frisdrankproducent, maar van het Amerikaanse biermerk Krueger. Zij ontwierpen een blikje dat met zijn honderd gram maar liefst zeven keer zwaarder is dan het blikje wat wij vandaag de dag kennen. Bij aankoop van de variant uit ’35 kreeg je een vlijmscherpe priem om het blikje te openen in plaats van het lipje wat we vandaag de dag kennen. Dit lipje was in de jaren zestig uitgevonden door een Fransman. De blikjes zijn gelukkig iets praktischer en lichter geworden dan de voorgaande variant.

Dit is niet het enige voordeel aan het inblikken van vloeistoffen. Blikken zijn voor 100 procent recyclebaar en zijn daarom een groene keuze. In Nederland wordt ongeveer 93 procent van de blikjes gerecycled en dit duurt zes tot acht weken. Van blikjes wordt nieuw materiaal gemaakt als fietsen, auto’s en nieuwe blikken.