Een groep van docenten, onderwijsdeskundigen en wetenschappers bracht vandaag het ‘Manifest Nederlands op School’ uit. Hierin staat een nieuwe visie op het lesgeven in het vak Nederlands.

De werkdruk van de docenten Nederlands is te hoog, vindt ‘Taalprof’ Peter-Arno Coppen van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Docenten willen goed les geven, maar krijgen hier niet genoeg ruimte voor. “Iedereen die wij spraken bij het samenstellen van dit manifest is enthousiast en wil graag meewerken. Het enige probleem waar docenten tegenaan lopen is tijdgebrek. Want hoe ga je ruimte creëren voor nieuwe lesmethoden als er ook honderd verslagen nagekeken moeten worden?”

Momenteel zit het vak te veel gebonden aan regels en wetten van de overheid, waardoor docenten geen eigen draai kunnen geven aan het vak. “Het goede lesgeven staat niet in de boekjes. We zouden leerlingen moeten leren hoe het vak Nederlands in elkaar steekt. De leerboeken focussen zich nu te veel op het niet maken van fouten”, vindt Coppen.

Verder vermeldt het manifest dat de toetsmethoden op het huidige eindexamen te weinig resultaat leveren. Op dit moment toetst het examen alleen de leesvaardigheid, waardoor de schrijfvaardigheid en literatuurkennis van de leerling te veel achterblijft.

Positief effect
Het manifest moet de overheid in laten zien dat lesgeven in Nederlandse taal ook op een andere manier kan. Zo werd Martijn Koek in 2014 verkozen tot de beste leraar Nederlands van het land. De jury prees hem om zijn vernieuwende lesmethoden. Het ‘Manifest Nederlands op School’ streeft naar meer vernieuwde lesmethoden, maar eerst moet de overheid actie ondernemen om de onderwijsmethode aan te passen.