Het Chinese voetbal heeft gisteren zijn grootste slag ooit gemaakt op de transfermarkt. Ramires, 28-jarig Braziliaans international en basisklant bij Chelsea, maakt voor ruim 25 miljoen de overstap naar Jiangsu Suning. De club werd afgelopen december overgenomen door de Suning Commerce Group. Met deze transfer wil de winkelketen, gefocust op elektronica en goed voor een omzet van 16 miljard, van Jiangsu de grootste club van China maken.

Chinese voetbalclubs zijn deze transferperiode opvallend actief. Naast Ramires vertrok ook Freddy Guarín (Internazionale) voor een bedrag tussen de tien en twaalf miljoen naar China. Verder verruilt Ivoriaans international Gervinho AS Roma voor promovendus Hebei Fortune.

Jiangsu sloeg ook al toe in Nederland, de Australiër Trent Sainsbury vertrok via FC Zwolle naar China. Zijn Nederlandse zaakwaarnemer, Dick Tuit, is te spreken over de handelswijze van de Chinezen. “De transfer was vrij vlot rond. Een Chinese delegatie is ook nog richting Zwolle gekomen voor de medische keuring. De enige complicatie was dat het transferbedrag niet direct op de rekening stond. Aangezien het een goede deal voor zowel Trent als Zwolle is, was die vertraging geen enkel probleem”

Chinees voetbal stelt (van oudsher) weinig voor

China heeft zich pas één keer eerder weten te kwalificeren voor het WK (in 2002) en lijkt ook in 2018 niet van de partij te zijn. Ondanks zijn populatie van 1.35 miljard doet zelfs voetbaldwerg Hong Kong met zeven miljoen inwoners het beter dan haar moederland. Het nationale elftal van China staat op de FIFA-ranking op een 82e plaats, nog onder Haïti, Oezbekistan en Gabon. Gemiddeld gezien staat de ploeg sinds het begin van de ranking in 1993 op een 71ste plaats.

Beroemde spelers heeft het land nauwelijks voortgebracht. Sun Jihai was één van de weinige spelers die het jarenlang volhield in Europa. De centrale verdediger speelde tussen 1998 en 2009 meer dan 150 wedstrijden bij Crystal Palace, Manchester City en Sheffield United.

Dit geringe succes heeft de Chinese competitie echter niet gestopt om gigantisch in omvang te groeien. In 1995 werden de eerste stappen naar professionalisering van de competitie gezet. Destijds lag de recordtransfer op een schamele 90 duizend euro voor Li Bing, die van Liaoning naar Guangdong trok. In 2004 werd de ‘China Super League’ opgericht en inmiddels zijn dit soort spelers meer dan honderd keer in waarde gestegen. Een transfer die de gekte in China perfect illustreert is die van Zhang Lu, een 28-jarige keeper en tweede keus bij het nationale elftal. Tianjin Quanjin trok namelijk zo’n tien miljoen euro voor hem uit en brak daarmee het binnenlandse transfer-record.

Voetbal, de nieuwe Chinese bubbel?

Een belangrijke oorzaak van deze extreem hoge prijzen zijn de regels van de Chinese competitie. Elke club mag maximaal drie buitenlanders opstellen waardoor er een grote run ontstaat op de Chinese spelers. Zo kan het gebeuren dat spelers van Chinese origine die in Europa blij mogen zijn met een contract, miljoenen waard zijn in China. Guangzhou Evergrande, laatste vijf jaar kampioen, krijgt het verwijt dat zij de oorzaak zijn van de hoge transfersommen. De topclub heeft de afgelopen jaren veel Chinese spelers ingeslagen die ze nu voor veel hogere bedragen van de hand doen. Voorbeeld is Zhao Xuri, die vier jaar geleden voor ongeveer een miljoen werd aangetrokken en nu verkocht is aan Tianjin Quanjin voor rond de vijf miljoen.

Het effect van de Chinese koopdrift blijft niet beperkt tot eigen land. Braziliaanse clubs verliezen al jaren grote spelers die door de hoge transfersommen en dito salarissen onhoudbaar zijn. Zo maakten bekende Braziliaanse spelers als Renato Augusto, Robinho, Paulinho en Luis Fabiano de afgelopen jaren al de overstap naar Azië.

De Chinese regering heeft geen probleem met deze gigantische bedragen. Het land lanceerde vorig jaar een aantal programma’s om zijn sportindustrie te vergroten. Hoewel er een groot risico lijkt te zijn op het creëren van een economische bubbel, vergelijkbaar met de Chinese huizenmarkt, is de verwachting dat het Chinees voetbal de komende jaren alleen nog maar groter gaat worden.

Duiding

Sinoloog Joke Bruynzeel geeft duiding aan deze ontwikkeling. “De Chinese investeringen in voetbal zijn niet perse gerelateerd aan liefde voor voetbal. Veel clubs zijn pas een aantal jaren geleden opgericht en ze hebben geen lange historie zoals wij dat in Nederland met Ajax en Feyenoord kennen. Veel belangrijker zijn de politieke en winstbelangen. President Xi Jinping heeft begin 2015 aangekondigd dat China een belangrijke rol moet gaan spelen in het voetbal. Het land wil op alle vlakken bij de top van de wereld horen, en dan met name bij een wereldsport als voetbal.”

Dat een Chinees bedrijf vergelijkbaar met b.v. Mediamarkt een club overneemt en vele miljoenen investeert is iets wat we in Nederland niet kennen. “Dit heeft deels te maken met de huidige nadruk op het bestrijden van corruptie in het Chinese systeem”, vervolgt Joke Bruynzeel, “het is in China voor succesvolle zakenmensen op dit moment moeilijk om niet in verband gebracht te worden met corruptie. Door de autoriteiten te steunen in hun plannen om van China een succesvol voetballand te maken, hopen grote bedrijven goodwill te kweken om latere problemen te voorkomen.” Dat de Chinese clubs geld lijken te verkwisten aan hun binnenlandse spelers deert de beleidsbepalers niet. “Er wordt in China op een heel ander niveau gedacht. Analisten waarschuwen al jaren voor de huizenbubbel, maar voorlopig is die nog niet gebarsten. In China wordt gepland op de lange termijn, dus mocht er niet direct succes komen dan blijft men investeren. Het zou mij dan ook helemaal niet verbazen als Chinees voetbal een succes gaat worden.”