De internationale wielerbond UCI betrapte de veldrijdster Femke van den Driessche op het gebruik van mechanische doping. In een van haar fietsen werd tijdens het WK veldrijden van afgelopen weekend een motortje aangetroffen. De Dopingautoriteit gaat zich ondanks het actieplan ‘Koersen naar een schonere sport’ niet bemoeien met dat soort fraude. Dat zegt Herman Ram, directeur van het dopingcontrolebureau.

Sportspecifiek
“De enige overeenkomst tussen mechanische doping en de doping waar wij op controleren, is het woord: doping”, benadrukt Ram. “De dopingsoorten binnen ons vakgebied worden bij meerdere sporten gebruikt. Dat maakt het mogelijk een algemeen controlebeleid te voeren. Het gebruik van mechanische doping is sport-specifiek. Nu gaat het om een motortje, een aantal jaar geleden waren het de ‘haaienpakken’ van Olympische zwemmers. Die dingen zijn zo ingewikkeld dat wij hier niet op kunnen controleren. Wij laten het daarom aan de sportbonden over om te bepalen hoe zij mechanische doping aanpakken.”

NOC*NSF
NOC*NSF woordvoerder Geert Slot sluit niet uit dat de Olympische sportbond zich met mechanische doping bezig gaat houden. Het is daar nu alleen nog te vroeg voor, stelt hij. “Wij hebben een overkoepelende functie, en kijken daarom naar problemen die in alle sporten voorkomen. Wij bepalen niet de eisen waar sporthulpmiddelen aan moeten voldoen. Dat is aan de sportbonden zelf. Wij zijn er om de eerlijkheid in de sportwereld te waarborgen. Als blijkt dat mechanische doping de algemene integriteit van sport bedreigt, ondernemen wij actie. Dat is nu nog niet het geval”, zegt Slot.