Twee leden van de Tilburgse Studenten Budo Vereniging Chikara namen dinsdagavond deel aan de halfjaarlijkse bandexamens. Katja van Weert en Loes van de Wetering toonden hun technische vaardigheden op het gebied van de Japanse verdedigingsport jiujitsu.

Zenuwen
Loes gaat op voor haar groene band. Daarom wordt van haar meer verwacht dan van Katja, die examen doet voor de oranje band. Loes is niet zenuwachtig voor haar examen. “Ik heb mezelf de afgelopen tijd goed voorbereid op het examen. Tijdens trainingen heb ik veel oefeningen herhaald.” Katja heeft zich minder goed heeft voorbereid. “Ik gebruik gewoon de dingen die ik al goed ken. Een beetje zenuwachtig ben ik wel. Ik hoop dat ik alles van de trainingen heb onthouden”, zegt ze een beetje onzeker.

Meester Jan-Johannes
Het leven van de meester, oftewel ‘Sensei’, staat in het teken van budosporten. “Ik begon op dertienjarige leeftijd aan jiujitsu. Twee jaar later kwam daar judo bij, en op mijn zestiende ging ik ook karate beoefenen.” Jan-Johannes bezit sinds 1985 een derde dan in jiujitsu, en begon in ’89 met lesgeven.

‘Dynamiek maakt jiujitsu effectief’
De kracht van jiujitsu is volgens de sensei de dynamiek van de verdedigingssport. “De grote variatie aan technieken gecombineerd met bewegingen maakt jiujitsu een zeer effectief afweermiddel. Deze sport leert je om jezelf te verdedigen door gebruik te maken van de kracht en beweging van de tegenstander.”

‘Vooral de uitvoering is belangrijk’
Jan-Johannes let tijdens het examen niet alleen op de technieken die de kandidaten beheersen. “Natuurlijk is dat belangrijk, maar vooral de uitvoering moet goed zijn. Wanneer de technieken niet goed onder controle zijn, werken ze ook niet als verdediging.” Volgens de jiujitsudocent is de uitvoering goed als de bewegingen vloeiend en soepel zijn.

Natuurlijke verdediging
“De deelnemers aan het examen worden op een door mij gekozen manier door hun partner aangevallen. Ik zeg of ze zich met een worp, klem, stoot of trap moeten verdedigen. De kandidaten mogen dan zelf kiezen welke techniek zij toepassen.” De sensei let vooral op de variatie die de deelnemers laten zien, en of de techniek een natuurlijke verdediging vormt op de aanval. “Als iemand je rond de nek pakt moet je bijvoorbeeld zorgen dat hun greep verzwakt en dat de handen onder controle zijn. Dan is een polsklem natuurlijk een betere keuze dan een klem op het been.”

IMG_0877

‘Hajimé!’
Loes en Katja zitten met hun partners geknield tegenover de sensei. De twee koppels groeten hem met een buiging en staan op. In het Japans klinkt dan het teken om te beginnen. “Hajimé!”, klinkt de stem van Jan-Johannes. Hij vraagt de duo’s om zonder aanval een aantal worpen te demonstreren: heupworpen waarbij de partner over de heup naar de grond geworpen wordt of de klassieke ‘Ippon seoi nage’. Bij die worp wordt de tegenstander over de schouder gegooid.

IMG_0883

‘Maté!’
Het is duidelijk dat de twee examenkandidaten dit onderdeel goed onder de knie hebben. Ze werken hun partners zonder problemen tegen de grond. Katja en haar partner mogen daarna even aan de kant gaan staan. Omdat Loes examen doet voor haar groene band, moet zij ook een ‘offerworp’ laten zien. Bij deze worp valt Loes op haar rug terwijl zij haar tegenstander met de voet in de buik naar achteren over zich heenwerpt. Loes voert de worp perfect uit. De sensei roept ‘maté!’ (stop!), en Katja en haar partner mogen de mat weer op komen.

IMG_0905

Combinaties
De meester wil nu een aantal combinatietechnieken zien. De examenkandidaten moeten daarvoor de worpen die ze zojuist hebben laten zien combineren met een controletechniek. Ze kunnen voor de controletechniek kiezen uit klemmen en houdgrepen. Katja kiest ervoor haar partner met een schouderworp te werpen en met een zijwaartse klem onder controle te houden. Loes werpt haar tegenstander met een grote heupworp en houdt haar vast in een houdgreep.

IMG_0897

Jiujitsu in de praktijk
De jiujitsuka’s verdedigen zich tijdens het laatste gezamenlijke deel tegen verschillende aanvallen. De tegenstanders proberen hen met twee handen rond de keel te grijpen of op verschillende manieren de polsen te pakken. De leerlingen gebruiken nu ook trap- en stoottechnieken om hun aanvaller af te weren. Katja en Loes tonen aan dat zij ook in een onverwachte situatie, buiten de hun mannetje kunnen staan.

Kata-onderdeel
Katja loopt, nog altijd gespannen, van de ‘tatami’ af. Ze gaat aan de kant van de mat zitten en kijkt naar Loes. Die maakt zich klaar voor het laatste gedeelte van haar groene band-examen. Tijdens het ‘kata’- onderdeel laat Loes een ingestudeerde routine zien. Daarin demonstreert zij welke technieken zij het best beheerst. Sensei Jan-Johannes zit na Loes’ demonstratie over zijn aantekeningen gebogen en velt uiteindelijk een oordeel.

IMG_0915

Geslaagd!
Met een lach nemen de meiden hun verdiende band in ontvangst. Ze hebben een goede indruk achtergelaten bij hun leermeester. “Goede worpen!”, juicht Jan-Johannes hen toe. “Katja en Loes zijn allebei geslaagd. Ik heb bij dit examen goede technieken gezien. Goede worpen, en de rest was ook ruim voldoende.” De sensei zegt dat Loes alles goed op een rijtje heeft staan. Het examen van Katja verliep niet helemaal vlekkeloos. Haar grondwerk was niet helemaal in orde, maar de andere oefeningen gingen zo goed dat ook zij vanavond met haar nieuwe band naar huis gaat.