Salim S.(31) uit Tilburg is veroordeeld tot achttien maanden celstraf waarvan zes voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar. Hij stond terecht voor het ronselen van Jihadisten, witwassen en uitkeringsfraude. Het om had twee jaar cel tegen hem geëist.

S. zat sinds maart vorig jaar vast voor het ronselen van jonge asielzoekers om lid te worden van terreurgroep IS. Hij zou met drie jonge asielzoekers hebben gesproken over IS en het leren van Arabisch. In mei 2014 werd S. opgepakt op Schiphol. Hij had toen ruim 86 duizend euro op zak. Ook was hij in het bezit van beelden waarop mensen knielen vlak voor zij werden onthoofd, tientallen simkaarten, twee mobiele telefoons en een aantal tablets. Justitie vermoedt dat het geld afkomstig is uit het criminele circuit.

Geld illegaal verkregen

Justitie acht bewezen dat tenminste 56 duizend euro op illegale wijze verkregen is. S. had van 2011 tot 2014 een uitkering maar beschikte dus over een vermogen dat boven de inkomensgrens lag. Ook verbleef hij langere tijd in het buitenland. Van elfduizend euro is bewezen dat S. dit van de Asuna Moskee had gekregen, origineel was het geld afkomstig van zijn vader.

Pieter Baan centrum

S. heeft maar beperkt meegewerkt aan een onderzoek van het Pieter Baan centrum. Zij hebben niet kunnen beoordelen of S. lijdt aan een ziekelijke stoornis.

Strafblad

De rechter heeft bij de uitspraak rekening gehouden met het feit dat S. al een strafblad heeft. Het feit dat hij al eerder in de gevangenis had gezeten speelde ook een rol. S. heeft geen openheid van zaken gegeven.

Hoger beroep

 

De advocaten van de man zijn naar eigen zeggen ,,een beetje geschrokken” van de uitspraak: ,,hij is met buitengewoon weinig en heel mager bewijs veroordeeld”, aldus advocaat André Seebregts tegen het ANP. ,,Ook in dit soort zaken moet de maatstaf voor het bewijs hetzelfde zijn als in andere zaken”, zegt hij.

Seebregts: ,,Onze cliënt, een zwerver met psychische problemen, zou één keer gezegd hebben: laten we gaan strijden voor IS in Syrië. Maar de jongen tegen wie dit gezegd zou zijn, was een jezidi, die nog maar kort in Nederland was, hij sprak geen Nederlands en hij was op de vlucht voor IS. Wij vinden het heel onwaarschijnlijk dat cliënt hem dit gevraagd zou hebben.” De advocaten gaan uit van een misverstand en gaan waarschijnlijk in hoger beroep.