Het is een combinatie van turnen, volleybal en voetbal. En dat op een springkussen. ‘Bossaball’ werd ruim tien jaar geleden bedacht door de Belg Filip Eykmans en wordt tegenwoordig internationaal gespeeld.

“De populariteit van Bossaball in Nederland is groeiende”, vertelt Anton van den Hee, medewerker van sportevenementenbureau Music and Sports. “Sinds we in Utrecht de eerste vereniging hebben gestart, groeit het aantal leden nog steeds. Op andere plekken waar we dit in Nederland hebben uitbesteed, zijn de clubs kleiner. Maar we zijn er druk mee bezig om het ook daar op te krikken.”

Spelregels
Ook deze relatief nieuwe en opmerkelijke sport kent zijn spelregels. “De teams bestaan uit vier tot zes personen”, legt Van den Hee uit. “Deze teams worden samengesteld op basis van leeftijd en niveau. Wanneer een speler met de voet een punt scoort op het veld, krijgt het team drie punten. Komt de bal op de trampoline terecht, dan zijn dit er vijf. Wordt hetzelfde met de hand gedaan, dan verdient het team één punt op het veld en drie op de trampoline. Verder mag de bal door spelers één keer met de handen worden geraakt, óf twee keer met andere lichaamsdelen, zoals de borst en voet. Zo mag de bal maximaal vijf keer worden rondgespeeld, voordat hij weer over het net moet.”

Van den Hee concludeert: “Of het een spel of sport is, blijft een mening. Voor ons is Bossaball zeker een sport. Door het oprichten van verenigingen en het starten van competities proberen we hier meer mensen van te overtuigen.”

Bron: Youtube-kanaal van ‘Bossaball International’