Na een teleurstellende vierde plek in de eredivisie vertrok Patrick Kluivert in 1997 bij Ajax. De tweebenige spits had zich twee jaar eerder onsterfelijk gemaakt door de winnende treffer binnen te schuiven in de Champions League finale tegen AC Milan. Zijn manier van spelen zou de blauwdruk vormen voor alle Ajax-spitsen na hem. Tweebenig, fysiek sterk, eigen jeugd en in staat om met de rug naar het doel te spelen: een Ajax-spits met een gebrek aan deze kwaliteiten krijgt bijna altijd te maken met kritiek van de supporters en media.

In deze tool zijn alle spitsen sinds het vertrek van Kluivert in beeld gebracht.

Patrick Kluivert heeft een haast onmogelijke opdracht achtergelaten voor zijn opvolgers. Hij vormt de perfecte beschrijving voor wat men graag ziet rondlopen als spits in Amsterdam. Zo riep Frank de Boer in 2011 nog op zoek te zijn naar een type Kluivert. Bijna twintig jaar later spookt zijn nalatenschap dus nog steeds rond.

Slachtoffers
Afgelopen winterstop beschreef Frank de Boer het talent Kasper Dolberg nog als ‘kruising tussen Stefan Petterson en Patrick Kluivert’. Een paar jaar daarvoor was Geoffrey Castillon al “slachtoffer” van deze vergelijking, inmiddels speelt hij in de anonimiteit in Hongarije. Ook Quincy Menig, die niet eens een spits is, kreeg te maken met de vergelijkingen. Het lijkt dus haast wel traditie om op ieder aanvallend talent het label van ‘de nieuwe Kluivert’ te plakken. Ironisch genoeg speelt Justin Kluivert, de zoon van, ook in de jeugd van Ajax. Daarmee is hij de eerste speler die je daadwerkelijk de ‘nieuwe Kluivert’ zou kunnen noemen. In een verder verleden was Brutil Hosé degene die onder de grote verwachtingen bezweek. Volgens Hans Westerhof was hij op zijn achttiende verder dan Kluivert op die leeftijd was. We gingen bij hem op bezoek om te kijken wat dit soort uitspraken destijds met hem deden.

De Erfenis van Kluivert from David De Graef on Vimeo.

Vergelijkingen met beroemde oud-spelers is niet alleen voorbehouden aan spitsen. Zo is Davy Klaassen al bestempeld als de nieuwe Dennis Bergkamp, moet Jairo Riedewald in de voetsporen treden van Frank Rijkaard en wordt Jasper Cillessen ook wel de nieuwe Edwin van der Sar

Wat doen vergelijkingen met spelers uit een roemrucht verleden met jonge talenten met nog een hele loopbaan voor zich? Twee psychologen nemen een standpunt in.

Bron van inspiratie
Sportpsycholoog Barry Assen: “Het is voor een talent altijd belangrijk om op de persoonlijke ontwikkeling te blijven focussen. Vergelijkingen met anderen kunnen een bron van inspiratie zijn, maar het kan ook als afleiding werken. Het ligt dus vooral aan de speler in kwestie. Als spelers niet geobsedeerd raken door de vergelijking, dan is er niets aan de hand. Dat ook trainers vaak de vergelijking maken met spelers uit het verleden hoeft dus niet negatief te zijn, zolang het maar niet continu gebeurt.”

“Er is geen tweede Van Basten”
Rico Schuijers, sportpsycholoog die veelal met olympische atleten werkt, licht z’n standpunt toe: “Constant die vergelijkingen trekken tussen oude helden en jonge spelers; niet alleen de druk wordt te groot, het is niet handig.” Schuijers neemt hele jonge voetballers als voorbeeld: “Zij worden dan met Van Basten vergeleken. Het hele onbevangen gebeuren gaat dan weg. Van Basten werd destijds ook niet met anderen vergeleken.” Wat zoiets met een speler doet? Daar is Schuijers duidelijk in: “Dat heeft invloed op je focus.

ZG-RodAjax291011-17

Resultaatgericht denken
Schuijers benadrukt dat nadruk op resultaten bij sport ervoor zorgt dat het er juist van ten koste gaat. Als je altijd maar wordt vergeleken, dan weet je op een gegeven moment niet wie je bent: “Zulke jonge jongens worden dan verheerlijkt, dan raak je de grip kwijt op de werkelijkheid. Zoiets vreet aan je zelfbeeld.”

Basisvaardigheden
Op de vraag wat jonge spelers er aan kunnen doen luidt het antwoord: “Je kan het niet tegenhouden dat mensen je verheerlijken, maar de bijhorende verwachtingen moet je bij die betreffende persoon houden.” Ook zijn realistische en stapsgewijze doelen belangrijk. Volgens Schuijers moeten talenten niet te veel hooi op de vork nemen: “Blijf je basisvaardigheden trainen, zoals balcontrole of ruimtelijk inzicht.”

De mening op de straat

Wat vinden de supporters van de Amsterdamse club eigenlijk van al die vergelijkingen? Maken ze zich er zelf ook schuldig aan? We vroegen mensen bij de ArenA naar hun ongezouten mening.