Het Tilburgse Wijkcentrum ‘De Poorten’ stond vanochtend in het teken van een bijeenkomst van Shelter City. Dat is een organisatie die tijdelijk onderdak verleent aan buitenlanders die journalist zijn of opkomen voor mensenrechten in hun eigen land en daar gevaar lopen. Spreker is de 31-jarige Zuid-Sudanese Christopher, die in het bijzijn van Bert Koenders, minister van Buitenlandse Zaken, vertelt over de situatie in zijn thuisland en hoe zijn leven er nu voorlopig uitziet in Tilburg. “De mensen omarmen me hier.”

Wat onwennig komt Cristopher binnen, maar wel met een brede glimlach. “Het maken van foto’s of tekeningen is verboden”, wordt een aantal keer herhaald. Uit angst voor de geheime service uit zijn thuisland mogen er geen herkenbare opnames gemaakt worden van de 31-jarige man.

Journalisten als vijand
In zijn eigen land was hij journalist, maar dat betekent niet hetzelfde als hier in Nederland. Vrijheid van pers is er niet, integendeel. “We kennen geen democratie. Journalisten worden door de regering als de grote vijand gezien. Veel inwoners uit Zuid-Sudan zien de meerwaarde van ons niet in, waardoor we er eigenlijk alleen voor staan,” vertelt Cristopher. Het dieptepunt werd bereikt toen de president van het land publiekelijk op een persconferentie aangaf journalisten het liefst dood te zien. “Mensen klapten zelfs toen de hij dat zei. Daarna vreesde ik mijn leven. Dat werd alleen maar erger toen twee dagen na zijn uitspraak een journalist dood werd gevonden.”

Tilburg als voorlopig thuis
Via een lange reis vol risico’s, kwam de goedlachse Afrikaan terecht in Tilburg. Dat is een van de acht steden die verbonden is aan het project. In maart kwam Cristopher aan in Brabant. Voor het vertellen van zijn verhaal aan studenten en andere geïnteresseerden, maar ook zeker om even rust te kunnen pakken. Nederland was toch best even wennen. ”Ik was totaal verkeerd gekleed, het was hier zó koud. Maar ik voel me hier ontzettend welkom. Tilburg voelde gelijk als huis.”

Willem II
Dat rust pakken lukt tot nu toe niet helemaal, want Cristopher werkt bijna de hele dag. Hij is druk bezig met het volgen van cursussen en onderzoek doen, want met lege handen terugkeren naar Afrika wil hij absoluut niet. “Ik wil Tilburgers vertellen over Zuid-Sudan, maar ook terugkeren met kennis voor journalisten in mijn eigen regio. Daarom probeer ik goed te kijken hoe ze in Nederland met elkaar omgaan. Daar kan ik een hoop van leren.” Ook vult hij zijn tijd met leuke dingen, zoals een bezoekje aan Willem II. “Ik vond het wel leuker dan anderen, want ze verloren”, lacht hij.

‘Sterf niet voor een artikel’
Terugkeren naar zijn thuisland zit er voorlopig nog niet in. Wil hij niet gewoon hier blijven, waar het veilig is? “Die vraag krijg ik vaker,” lacht hij. “Dan denk ik vaak aan 19 juni, de dag dat ik terugvlieg. Maar dat doe ik niet naar mijn thuisland, dat is niet veilig. Misschien ga ik naar Uganda. Vanaf daar kan ik ook een hoop nuttigs uitvoeren. Ik wil wat kunnen doen voor het volk daar. Zuid-Sudan zou op het moment geen verstandige keus zijn. Ik zou het wel willen, maar ik wil niet sterven voor een stuk dat ik schrijf. Dat risico loop ik nu wel.”

Het laatste woord van de ochtend is ook voor Cristopher, die na minister Koenders nog even de mogelijkheid krijgt om de gasten te bedanken. Zodra hij het woord neemt, blijkt dat hij ondanks zijn heftige verhaal zijn gevoel voor humor nog niet is verloren. “In mijn vaderland zou het gevaarlijk zijn om nog te spreken als de president (Koenders in dit geval) al klaar is, dus ik let nu maar goed op mijn woorden en hou het kort,” sluit hij af.