‘Vrijwilligerswerk 2.0.’ Zo noemt de ChristenUnie het plan om je studieschuld gedeeltelijk af te lossen in ruil voor vijf maanden werken voor niets. Hoewel het idee voor velen als muziek in de oren klinkt, is niet iedereen voorstander. De Landelijke Studentenvakbond (LsVb) vindt dat die manier van studieschuld aflossen op hele andere manieren zou moeten gebeuren.

Veel studenten zitten met een fikse studieschuld als ze tegen het einde zitten van hun opleiding, als ze die al gaan volgen vanwege het leenstelsel. Een meer dan kwalijke zaak, waar nu een oplossing voor kan komen, zegt Jonathan van der Geer, voorlichter van de ChristenUnie. “Uit cijfers blijkt dat steeds minder jongeren aan een vervolgstudie beginnen omdat ze er simpelweg geen geld voor hebben. Daarmee gaat kostbaar talent verloren, een doodzonde.”

Twee vliegen in een klap
Met het uitvoeren van vrijwilligerswerk wordt werken in een verzoringshuis of werken met vluchtelingen bedoelt. Zo zouden volgens Van der Geer twee vliegen in een klap geslagen kunnen worden. “Zo vlak na je studie is het vaak lastig om direct werk te vinden. Waarom zou je die tijd niet benutten om werk uit te voeren dat goed is voor de samenleving, waar je ook iets van leert én waar je ook nog eens een gedeelte van je schuld mee kwijt kunt?” Wel zullen er spelregels aan het idee verbonden zijn, zodat er een bepaald percentage kan worden afgelost. Ook benadrukt Van der Geer dat het om een vrijwillige actie gaat en dus niets verplicht is.

‘Basisbeurs herinvoeren, dát helpt’
Voorzitter van de Studentenvakbond, Stefan Wirken, is tegenstander van het plan. Hij vindt dat er maar op een andere manier een einde aan de hoge studieschulden kan worden gemaakt: het herinvoeren van de basisbeurs. “Dat helpt écht. Op deze manier zou slechts een kleine groep studenten geholpen worden.” Wirken vindt het vrijwilligerswerk daarnaast een riskante onderneming. “Werk in de ouderenzorg is normaal gesproken betaald werk. Als daar mensen hetzelfde werk gaan verrichten voor niets, worden dit gewoon onderbetaalde werkplekken.”

Van der Geer verwacht rond de zomer een officieel voorstel in te kunnen dienen, maar Wirken acht de kans klein dat het doorgang kan vinden. “Er is al een rondje langs de velden gemaakt, daaruit blijkt dat er weinig voorstanders van zijn.”