De Technische Universiteit in Eindhoven bestaat zestig jaar en dat werd dit weekend groots gevierd. Een Virtual Reality Campus, Science Shows, musea en meer: drie dagen lang werd alles uit de kast gehaald om te laten zien wat de universiteit te bieden heeft.

Terwijl er twee meter verderop een drone een bestelling komt brengen, zit een trots kijkende man te genieten van een lezing over kweekvlees.  Het is Joep Huiskamp, schrijver van de ‘Kleine Technische Universiteit Eindhoven (Tu/e) Encyclopedie’. Hij al vanaf 1990 werkzaam als programmamanager en stafmedewerker bij de Tu/e. Oude gebruikte apparaten staan sierlijk opgesteld, de bijschriften maken duidelijk waar het allemaal begon. ‘’Zie je die laptop, die grote stoeptegel?’’, zegt Huiskamp. Achter glas staat een grote, grijze Toshiba-laptop opgesteld. ‘’Dat is nota bene mijn eigen laptop. Ik kreeg het eerste exemplaar in 1997 omdat ik voorlichtingen ging geven op scholen. In 1998 kreeg elke leerling deze laptop, zodat iedereen gelijk was.’’

tu 1

Onderzoek

Dat nu bijna iedereen een laptop heeft, is niet de enige verandering in zestig jaar. Huiskamp benadrukt dat onderzoek nu veel belangrijker is op de universiteit dan vroeger. ‘’De hoogleraren die hier werken doen zelf ook onderzoeken. Deze kennis brengen ze over op leerlingen.’’ Hij laat weten dat bij de opbouw van de universiteit in 1956 de nadruk vooral op kennis lag en minder op onderzoek. Na de Tweede Wereldoorlog was er namelijk veel behoefte aan kennis en een tweede technische universiteit. Maar waar?

Verschillende grote steden streden om de felbegeerde universiteit. Eindhoven kreeg hem,  met de nadruk op samenwerking met Philips, de gemeente en de provincie. Huiskamp herinnert zich de quote van Frits Philips nog goed: ‘’Leveren jullie de studenten, dan leveren wij  jullie de hoogleraren.’’

tu 2

Internationaal

Ondertussen staat Anne Jane Delfos aandachtig te kijken naar feitjes over de universiteit die in het museum staan opgesteld. Ze studeert zelf substainable innovation aan de Tu/e, een opleiding die pas drie jaar bestaat en gericht is op duurzaamheid. Wat haar opvalt aan deze studie, is dat  het heel internationaal is. ‘’Ik zit in de klas bij mensen uit onder andere Mexico, Sri Lanka en Iran. Heel inspirerend! We praten eigenlijk non-stop Engels tegen elkaar.’’ Huiskamp vertelt dat dit een groot verschil is met zestig jaar terug. ‘’Op het begin was de universiteit alleen geschikte voor de kleine elite. In 1970 gingen jongeren protesteren voor meer inspraak en grootschaliger onderwijs. Toen de opleiding steeds grootschaliger werd, kwamen er ook steeds meer buitenlandse studenten. Dat geldt ook voor de leraren. Momenteel is dertig procent van de leraren buitenlands.’’

Innovatie

‘’Naast meer buitenlandse studenten is alles ook veel innovatiever geworden’’, vertelt Huiskamp. ‘’Op het begin hadden we pen en papier: dat was het. Mondelingen examens moesten bij leraren thuis gemaakt worden. Iets later kregen we onze computer Truus, een enorm bakbeest met een lage snelheid. Dat werd steeds verder ontwikkeld.’’ Hij kijkt naar de telefoon waarmee het interview wordt opgenomen. ‘’Dit ding was vroeger ondenkbaar.’’ Verschillende technologie is wel al vanaf vroeger in gebruik. ‘’Bij colleges gebruiken we een clicker, waarmee een leraar het kennisniveau van de klas kan testen door middel van een kastje. Dit kastje bevat knopjes waardoor er een meerkeuzetest kan worden afgenomen onder de studenten. Dit doen we al tientallen jaren.’’ Voor studente Delfos is dit een stok achter de deur. ‘’Je kan op ieder moment worden getest, dat motiveert me.’’

tu 4

Toekomst

De vernieuwingen houden niet op in 2016. ‘’Alles is constant in ontwikkeling’’, aldus Huiskamp. Delfos haakt hierop in: ‘’Waar vraagt de maatschappij om? Waar vraagt de technologie om? Daar moet naar worden gekeken.’’ Nadat Huiskamp bladert door zijn Tu/e encyclopedie, poseert hij trots met zijn boek. Op hetzelfde moment vertrekt Delfos richting de kraam waar  ‘kweekvleesijsjes’ worden verkocht. ‘’Op naar de volgende zestig jaar’’, zegt ze positief.

tu 3