Jongeren die elkaar berechten. Op drie Amsterdamse middelbare scholen wordt er sinds een tijd gewerkt met een pilot waar studenten voor elkaars straf verantwoordelijk zijn. Met succes, volgens initiatiefnemer Eymert van Manen. “Het draagt bij aan een beter verantwoordelijkheidsgevoel. Het zou goed zijn als we op termijn in heel Nederland zo gaan werken”.

Of het nou om porno kijken op een tablet gaat of om stelen bij een supermarkt, de Jongerenrechtbank draait zijn hand er niet voor om. Net als in een echte rechtbank wordt er gewerkt met een advocaat, aanklager en rechter. Allemaal ‘gespeeld’ door leerlingen zelf. Wel wordt er nauw samengewerkt met politie, het OM en de rechtbank. Want, soms gaat het om delicten die aangifte-waardig zijn. “Dan komt de politie ook in het spel. De directeur van de school bepaalt in de meeste gevallen samen met ouders van het mogelijke slachtoffer wie de zaak gaat behandelen. In bijna alle gevallen wordt de zaak afgehandeld door de Jongerenrechtbank, waarvan de uitspraak bindend is,” aldus Van Manen.

‘Bewust maken van verantwoordelijkheid’
Het doel van de pilot is om niet om jongeren te straffen, maar juist om eventuele schade te herstellen en ze bewust te maken van hun verantwoordelijkheid. De proef wordt op drie verschillende soorten scholen uitgevoerd sinds vorig voorjaar. “We hebben bewust gekozen voor scholen met verschillende populatie en niveaus. Een ‘witte’ school, een school in de Bijlmer en een gemengde locatie. Al die scholen zijn enthousiast, we krijgen de laatste tijd steeds meer aanmeldingen. Dat is een goed teken,” zegt Van Manen.

‘Opletten voor onderlinge frustraties’
Volgens Harriete van Schijndel, die jongeren helpt met gedrags- en emotionele problemen, is een concept als de Jongerenrechtbank een goede constructie. “Als jongeren elkaar gaan berechten, kan dit de sfeer in een groep ten goede komen. Wel moet er op worden gelet dat het niet leidt tot onderlinge frustraties in een groep, zodat de zaak mogelijk kan escaleren.”

Als de pilot in Amsterdam bevalt, gaat er gekeken worden of de Jongerenrechtbank ook op andere locaties dan scholen inzetbaar kan zijn. “Ook voor voetbalclubs, waar veel jongeren actief zijn, zou dit een geschikte methode kunnen zijn om bepaalde problemen op te lossen,” sluit Van Manen af.