Met de teller op ruim 150.000 handtekeningen voor zijn petitie over internetpesten mag misdaadjournalist Peter R. de Vries zijn wetsvoorstel bij de Tweede Kamer aanbieden. De Vries wil met zijn wetsvoorstel dat het voor slachtoffers van digitaal pesten makkelijker wordt om de daders te vinden. Hoe ziet De Vries dit in de praktijk voor zich?

Volgens De Vries staan slachtoffers van cyberpesten tegenwoordig vaak voor een gesloten deur. “Providers houden de deur dicht en beschermen in feite de daders. Ze beroepen zich op de Privacywet en de algemene voorwaarden. Ook de politie doet niets.” De Vries vindt dat deze slachtoffers betere rechten moeten hebben en schiet daarom te hulp. “De insteek is om er makkelijker achter te kunnen komen wie bepaalde uitingen op internet plaatst. Het IP-adres moet sneller achterhaald kunnen worden zodat daders worden aangepakt”, vertelt de misdaadverslaggever.

Privacy
Maar wat nou als de dader minderjarig is? Moet dan hun privacy extra niet worden gewaarborgd? De Vries vindt van wel. “Het gaat er niGagged_by_Privacyet om wie het heeft gedaan. Als blijkt dat de betrokkene minderjarig is en daardoor strafrechtelijk niet aanspreekbaar, dan is dat een ander verhaal. Er is voor het slachtoffer dan wel meer duidelijkheid over wie het gedaan heeft en kan het gestopt worden. Dat geeft rust.” Bij minderjarigen kunnen volgens De Vries de ouders of school worden ingelicht om via hen het probleem op te lossen. “Er moet geen verschil worden gemaakt tussen minder- of meerderjarigen.”

En nu?
Op dit moment worden de handtekeningen van de petitie aan de Tweede Kamer aangeboden. “Ik heb niet in de hand wat eruit gaat komen. Ik heb er wel vertrouwen in, want de Kamerleden zijn natuurlijk ook niet achterlijk en zien wel dat als wij met 150.000 handtekeningen aan komen zetten, dat er belang bij is”, vertelt De Vries. Hij laat weten voornamelijk de discussie te willen starten, te willen zorgen dat het in de Tweede Kamer prioriteit krijgt en dat er een einde komt aan het online pesten.

Image Credits: Youtube, Wikimedia