Inburgeren in Nederland. De taal leren, kennis opdoen van de cultuur en uiteindelijk een baan vinden. Dat is het ideale doel. Toch blijkt dat 47.000 van de 53.000 mensen die aan hun inburgeringsplicht moeten voldoen, dat nog niet gedaan hebben.

De klasjes zijn klein, de tafels in een u-vorm, jong en oud door elkaar, opgedirkt of in trainingspak, de les kan beginnen. Iedereen heeft zijn of haar eigen schrift en boek bij zich. Sommige al netjes in het Nederlands ingevuld, andere aangevuld met Arabische woorden als ondersteuning. Een taal leren begint bij het alfabet, via kleine woorden naar volle zinnen en zelfs hele teksten. “De lessen die wij de vluchtelingen geven zijn heel praktijkgericht. Ze leren functioneren in de maatschappij en werk zoeken”, vertelt Maartje Goosen, docent Nederlands bij Stichting Vluchtelingenwerk.

Arbeidsparticipatie
“Vluchtelingenwerk is niet alleen inburgering, maar we doen ook veel aan arbeidsparticipatie”, vertelt Goosen. Bij SNV Brabant Centraal, de Brabantse tak van vluchtelingenwerk Nederland, geeft een werknemer die workshops over arbeidsparticipatie. De workshops zijn acht bijeenkomsten over bijvoorbeeld het schrijven van een sollicitatiebrief of het voeren van een sollicitatiegesprek. “Wij proberen vooral jongeren naar deze workshops te leiden.” Via de workshops kunnen de cursisten vrijwilligerswerk doen, stage lopen of zelfs een betaalde baan vinden. “Dat geeft ze meer motivatie om de taal te leren en het examen te halen.”

“Toch zijn bij ons de meeste jongeren wel gemotiveerd om te leren, zeker nu we meer doen aan arbeidsparticipatie. Het lukt niet bij iedereen even goed. Veel mensen hebben een trauma en de intelligentieverschillen spelen ook een rol.” Als iemand het examen echt niet kan halen, kan er ontheffing worden aangevraagd bij DUO. De vluchteling moet dan een leesbaarheidstoets doen. Wanneer blijkt dat diegene de taal echt niet kan leren wordt hij vrijgesteld van het examen. “Maar arbeidsparticipatie is voor veel mensen wel een reden om nog extra hun best te doen. Bijna iedereen wil werken.”

Motivatie
De jongeren hebben ook andere motivaties om de taal te leren. Abubakar: “Ik wil graag Nederlands leren zodat ik nieuwe vrienden kan maken.” Ook Assayas heeft een uitgesproken reden: “Ik leer Nederlands omdat ik graag iets terug wil doen voor het land. Zij hebben mij zo goed geholpen.” Tijdens de les is af en toe tijd voor een (Arabisch) grapje. Ook de docent moet er af en toe aan geloven als zij zich verspreekt. Maar dan moet er wel in het Nederlands uitgelegd worden wat er nou zo grappig aan was, waardoor zelfs grapjes leerzaam worden.

Goosen kan wel begrijpen dat niet iedereen gemotiveerd is om het inburgeringsexamen te halen. “Ik denk dat de manier waarop de organisatie les geeft, een heel belangrijk element is in de motivatie.” Via de beroepsvereniging voor docenten is er een aparte leerlijn voor inburgering. Hierdoor kunnen docenten op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen op dit gebied. “De informatie neem ik weer mee in de lessen. Het gaat bijvoorbeeld over het aantrekkelijk en behapbaar maken van lesstof.” Toch ziet ze dat er steeds meer taalaanbieders komen. “Ik twijfel of alle aanbieders even capabel zijn en altijd kijken naar de tips van de beroepsvereniging.”

Tijdens de lessen geeft Goosen praktijkopdrachten, maar daar buiten zijn er taalcoaches. “Dat is heel functioneel. De taalcoach gaat samen met de cursist de boer op. Dan gaan de vluchtelingen in Nederland met een Nederlander praten. Daar leren ze veel van”, vertelt Goosen. “Er ontstaat dan ook een soort vriendschap.”

Toekomst
Goosen vertelt dat veel jongeren die de cursus volgen bij de locatie in Tilburg het inburgeringsexamen wel halen en ook een betaalde baan vinden. “De gemeente helpt hier ook bij. Zij pushen mensen erg om werk te zoeken en de meesten willen dat ook.” Natuurlijk speelt de boete die de vluchtelingen krijgen als ze het examen niet halen ook een rol. “Maar de meesten gebruiken de inburgeringscursus echt om verder te komen. Ze hebben zelfs al concrete plannen over de toekomst. De één wil automonteur worden en de andere kok, maar voordat ze zover zijn, eerst het examen halen.”