NRC-columnist Zihni Özdil, ´de ridder van het vrije woord’, luchtte donderdagavond zijn hart over vrijheid in een college bij muziekpodium Paradox in Tilburg. Het college werd gegeven door Özdil naar aanleiding van Bevrijdingsdag en de recente gebeurtenissen rondom Turkse president Erdoğan.

‘’Beste landgenoten’’, zegt Özdil vastberaden tegen de volle zaal. Hij zet meteen de toon van zijn college: er gaat vanavond niet gepraat worden over koetjes en kalfjes, maar over serieuze zaken. ‘’In Nederland leven wij in feite in een apartheid.’’

‘Allochtoon’

Deze ‘apartheid’ werd vorige week weer pijnlijk zichtbaar. Journalist Ebru Umar is door de Turkse overheid vervolgd om een tweet, maar ook Hans Teeuwen heeft kans te worden vervolgd voor het beledigen van Erdoğan. Een schande volgens het gros van de bevolking, maar volgens veel ‘allochtonen’ hartstikke terecht. Niet volgens Özdil.

Wat Özdil duidelijk lijkt te willen maken met zijn opening, wordt bekend als hij een vraag stelt aan de zaal: ‘’Wie van jullie vindt Özdil een Nederlandse naam?’’ Slechts drie van de vijftig mensen steken voorzichtig hun vinger op. Özdil is duidelijk teleurgesteld, want hij begint meteen over zijn grootste irritatie: waarom worden Nederlandse Turken gezien als allochtoon en niet als Nederlanders? Het woord allochtoon is iets wat Özdil dwars zit. ‘’Noem me dikke Nederlander, lelijke Nederlander, Turkse Nederlander: noem me in ieder geval Nederlander en geen allochtoon.’’

Cultuursocioloog en hoogleraar aan Tilburg University Peter Achterberg is het hier duidelijk niet mee eens: ‘’Het heeft totaal geen zin om een ander woord voor allochtoon te gaan gebruiken. Dit maskeert voor even het probleem, maar later heeft dat andere woord weer precies dezelfde negatieve lading. Of het nu het woord ‘pils’ of ‘broodje poep’ is.’’ Terwijl Achterberg verder gaat met zijn uitleg, schreeuwt Özdil er doorheen: ‘’Wat een onzin dit.’’

Dit woord is niet het enige waar Özdil zich druk om maakt: ‘’Mensen zijn bang voor de zogenaamde allochtonen. Het is normaal dat mensen een afweermechanisme hebben voor vreemden, maar als angst hierbij gaat overheersen wordt het ziekelijk.’’ Özdil benadrukt dat deze angst echter niet alleen heerst bij de stereotype Henk-en-Ingridtypes, maar bij iedereen. ‘’Zelf heb ik twee dochters. Ook ik ben weleens bang voor vreemden, vooral als ze mijn dochters alleen als lustobject gaan zien.’’

Verdeeldheid

Waar volgens Özdil het probleem ligt, is de verdeeldheid in de Nederlandse samenleving. Aan de ene kant van Amsterdam ligt een witte wijk, aan de andere kant vinden we de zwarte. ‘’Landgenoten zien elkaar als vreemd. Dit moet worden opgelost door al vroeg mensen van verschillende culturen te mengen. Een peuterspeelzaal met zowel Nederlandse Nederlanders, Turkse Nederlanders en Marokkaanse Nederlanders.’’


Beide kanten

Özdil vertelt dat het probleem nog complexer is. ‘’Vaak wordt er alleen maar gekeken naar Nederlanders die geen respect tonen voor buitenlanders, maar het werkt ook andersom. Zo gaf ik les op de Universiteit van Amsterdam, waarbij ik tegen leerlingen zei: ‘maak connecties’. De Turkse Nederlanders reageerden dat ze dit niet gingen doen, ze vonden zichzelf geen Nederlander en zeiden dat Nederlanders hen toch niet moeten.’’ Özdil kwam hierop met een gevat antwoord: ‘’Als je, jezelf al geen Nederlander noemt, moet je ook niet gek op kijken als Wilders dit niet doet.’’

Vrijheid van meningsuiting

Zo kreeg Özdil ook te maken met de zogenaamde ‘Nederturken’ toen hij het opnam voor columnist Ebru Umar. Zij schreef felle tweets over Turkije en Erdoğan, waardoor ze werd opgepakt door de Turkse regering. Voor Özdil is de vrijheid van meningsuiting heel belangrijk, ook al wordt dit recht gebruikt door mensen die niet in zijn straatje staan. ‘’Ik ben ook tegen de vervolging voor Wilders.’’ De avond eindigt met een felle discussie tussen Özdil en Achterberg. Terwijl Achterberg het woord allochtoon laat vallen, roept Özdil: ‘’Ik ben geen allochtoon. Ik ben een Nederlander!’’