Midden in de drukste winkelstraat van Amsterdam, de Kalverstraat, is een nieuw kledingboetiekje geopend. Bij de eerste aanblik heeft ‘The Mad Rush’ alles weg van een doodnormale, hippe pop-up store, zoals die in Amsterdam als paddenstoelen uit de grond schieten. Maar schijn bedriegt.

In de eerste instantie lijkt het alsof je een normale kledingzaak binnenstapt. Wel in het oog springend: de winkel adverteert met 99% korting. De winkelier lijkt een vriendelijke jongeman, maar als je een kledingstuk wil passen komt de hoofdmoot; het pashokje ís helemaal geen pashokje, maar een nagebootste sweatshop.

Ver-van-mijn-bedshow
De zielige beelden kennen we allemaal:  Aziatische, meestal analfabete vrouwen en kinderen, die in donkere, niet geventileerde hokken onder erbarmelijke omstandigheden vaak meer dan tien uur per dag zwoegen voor een paar schamele centen.  En als het aan de grote kledingconcernen  ligt, worden die bakens niet verzet. Slechts één procent van alle geproduceerde kleding is ‘schoon’. Kledingproducenten zijn niet gebaat bij het verbeteren van de arbeidsomstandigheden.

Sweatshops lijken nu wel zo’n beetje het symbool van alles wat er mis is met het internationale industriële kapitalisme: wereldwijde uitbuiting, schending van mensenrechten, roekeloze vervuiling en – niet onbelangrijk –  de hemeltergende cheapness  van de producten.

De boel ‘opschudden’
“Wie wel eens een goedkoop kledingstuk bij de Primark heeft gekocht, dat vervolgens uit elkaar valt, weet al wat dat betekent”, vertelt de winkelier. Maar deze kennis is toch een ‘ver-van-mijn-bedshow’. Mensen wéten het wel, en daarom is het lastig om de boel op te schudden of te shockeren. “Het wordt pas schokkend wanneer je zélf onverwacht midden in een sweatshop staat.” Als quasi-nietsvermoedende bezoeker aan The Mad Rush word je inderdaad ondubbelzinnig met je neus op het proces achter je kleding gedrukt.

“In ons achterhoofd hielden we rekening met boze of verontwaardigde bezoekers, omdat The Mad Rush haar bezoekers toch een rad voor ogen draait”, vertelt Barbara van de organisatie Schone Kleren Campagne. “We hielden er rekening mee dat niet iedereen daar positief op zou reageren. Je krijgt toch wel een klap als je onverwacht een heuse sweatshop binnenstapt.”  Barbara vangt de bezoekers op nadat zij zich in de sweatshop hebben gewaand. Zij vertelt hen vervolgens wat zij kunnen doen om een verschil te maken.

‘Idealisme, maar wel realistisch’
Schone Kleren Campagne is pleitbezorger voor geheel nieuwe verhoudingen tussen producent en consument. Die nieuwe consument is aan het veranderen van een passieve winkelbezoeker die koopt wat het assortiment hem biedt in een actieve besteller, die echt invloed kan uitoefenen op de manier waarop kleren geproduceerd worden.

“De bedrijven zullen vanuit zichzelf geen actie ondernemen om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Maar de consument kan zo’n verandering wél afdwingen”, vertelt Tara Scally van Schone Kleren Campagne. “Als klanten naar ‘schone kleren’ gaan vragen bij kledingleveranciers, zullen zij zich daarnaar moeten schikken. Ze stemmen hun aanbod af op de vraag van de klant. Als die schone kleding wil, zal het balletje gaan rollen.” Wat haar betreft is de campagne geslaagd als dit besef wijder onder mensen verspreid wordt. “Dat is idealisme, maar wel realistisch. In de voedselindustrie heeft een vergelijkbare verschuiving plaatsgevonden; er is de afgelopen jaren steeds meer vraag gekomen naar biologisch, ‘eerlijk’ voedsel. En dat heeft de markt ingrijpend veranderd. En nu is wat ons betreft de kledingindustrie aan de beurt.”

The Mad Rush is van 11 tot en met 15 mei te vinden op de Kalverstraat.