De Universiteit Leiden zet per direct een streep door het experiment van het bindend studieadvies in het tweede jaar van de studie (BSA-2). Zowel het College van Beroep van het Hoger Onderwijs (CBHO), de Universiteitsraad als de studenten hadden bezwaren tegen de proef. En dat terwijl de effecten positief uitvielen.

Negentig studiepunten, inclusief de propedeuse. Dat is wat studenten bij het experiment, dat eigenlijk tot 2018 zou duren, binnen twee jaar moesten halen. Deden ze dat niet, dan kon de universiteit ze bij het bindend studieadvies (BSA) van de opleiding sturen. Momenteel geldt het BSA alleen voor eerstejaarsstudenten.

Minder uitvallers

Volgens Caroline van Overbeeke, woordvoerster van de Universiteit Leiden, moest het BSA-2 ervoor zorgen dat studenten beter presteerden en minder achteroverleunden na het halen van het eerste studiejaar. Om alle negentig studiepunten te behalen, bood de universiteit studenten wel extra begeleiding aan.

Uit een eerste onderzoek van de Universiteit Leiden en het ICLON bleek dat het BSA-2 positieve effecten had op de studieresultaten. “Van de studenten die in het tweede jaar een bindend studieadvies kregen, behaalde 88 procent het benodigde aantal studiepunten. Bij studenten die alleen een bindend studieadvies in het eerste jaar kregen, kwam dit uit op 75,6 procent,” aldus Overbeeke. Bovendien behaalden studenten met bindend studieadvies in het tweede jaar gemiddeld 4,5 studiepunten meer dan studenten zonder. Volgens Overbeeke leidde het experiment dan ook tot minder uitval bij studenten.

Beperking

Toch kan het stopzetten van het BSA-2 rekenen op bijval van studenten. Zij waren fel tegenstander van de proef. “Het BSA beperkte de studenten enorm in hun vrijheid en om zich ook buiten de studie te ontplooien en zich bijvoorbeeld in te zetten voor commissies, besturen of bijbaantjes,” verklaart studentenorganisatie Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) tegenover Nu.nl.