Het Grand Slam toernooi Roland Garros is pas bij de tweede ronde en de eerste Nederlanders zijn al weer afgevallen. Het is de afgelopen jaren uitzonderlijk dat een Nederlander de derde ronde van een Grand Slam haalt. Dat het Nederland niet meer lukt mee te draaien in de absolute wereldtop komt door een slechte aanpak van de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KLNTB), denkt jong tennistalent Thomas Does. “De lichting na Robin Haase, Thiemo de Bakker en Igor Sijsling heeft te weinig kansen gekregen.”

Sinds een halfjaar woont de 18-jarige Does, die 96e staat op de Nederlandse ranglijst, in Noord-Frankrijk. Daar wordt hij begeleid door een Fransman met wie hij zelf contact heeft gezocht. Hij is wel vaker op zichzelf aangewezen, want de bond doet volgens hem te weinig om jongeren ervaring te laten opdoen in het buitenland. “Ik snap dat het een hoop geld kost, maar toch denk ik dat de bond het in het verleden anders aan had kunnen pakken. De jongeren van nu moeten het later gaan doen.” De ledenterugloop waar het Nederlandse tennis al jaren mee kampt, mag volgens Does geen excuus zijn voor de slechte prestaties van de afgelopen jaren. “In Frankrijk, een veel groter land dan Nederland, tennissen ongeveer evenveel mensen. Maar toch hebben zij veel meer goeie spelers dan wij…”

Regierol
De bond zelf wijt de matige prestaties van de afgelopen jaren aan de stevige concurrentie, die de afgelopen tien jaar alleen maar groter is geworden. “Het aantal tennissers op de ATP-tour is verdubbeld, en datzelfde geldt voor de spelers op de internationale jeugdranglijsten. De weg naar de top is langer en moeilijker dan ooit”, vertelt woordvoerder Janne van den Tweel.

De bond beseft aan de andere kant zelf ook dat er dingen moeten veranderen, en is daarom in 2013 een grootschalige modernisering van de Bondsjeugdopleiding (BJO) opgestart. In die modernisering doet de bond een stapje terug door van een uitvoerende rol naar een regierol te gaan. Het ledenaantal mag dan in een daling zitten, de tennisscholen worden uit de grond gestampt. “Op die tennisscholen lopen trainers van hoog niveau.” Door een landelijk netwerk van gecertificeerde tennisscholen te creëren, probeert de bond toptalenten een optimale tennisopleiding aan te bieden. De continue stroom aan bijscholingsprogramma’s voor trainers moet daarbij helpen.

Genoeg talent
Een “goede ontwikkeling” vindt Does, die wel te spreken is over de nieuwe aanpak. “Talentvolle spelers worden beter begeleid en spelen meer internationale toernooien. Dit is natuurlijk heel belangrijk is om ervaring op te doen. De toekomst voor het Nederlandse tennis komt er denk ik een stuk beter uit te zien.”

Daar is tennistrainer Mark Voorn, die Does op jonge leeftijd nog onder zijn hoede heeft genomen, ook van overtuigd. Hij beseft dat door de recessie waar het Nederlandse tennis zich nu in bevindt ook minder vers talent wordt geleverd, maar blijft positief. “De Nederlandse jeugd doet het al jaren goed, daar ligt het niet aan.” Net als Does merkt hij op dat het bij de doorstroom naar het seniorencircuit misgaat. “Vaak zie je dat Nederlandse spelers op zo’n moment mentaal te kort komen.” Wat er moet gebeuren om Nederland weer mee te laten draaien in de wereldtop vindt hij lastig te zeggen. “Kijk naar Max Verstappen in de Formule-1. Het is wachten op iemand met uitzonderlijk talent, en ook dan moet alles meezitten.”

Bekijk hieronder een overzicht van waar de top-25 van de APT-tour vandaan komt: