NRC-filmrecensent Hans Beerekamp is fel tegen het idee van de Europese Commissie om Netflix meer op de lokale markt in de lidstaten aan te laten sluiten. Dat houdt in dat de streamingdienst bijvoorbeeld Nederlandse films en series gedwongen moet financieren en aanbieden. “Het gaat mij om de manier waarop het afgedwongen wordt.”

Volgens Beerekamp zijn quota een ‘typisch EU-maatregel’. Hij maakt de vergelijking met het Franse filmquotum, waarbij in 1946 werd vastgesteld dat dertig procent van de bioscoopfilms van Franse bodem moest zijn. “Frankrijk is een chauvinistisch land, daar zien ze graag films uit eigen land. Maar in Nederland ligt het anders. Vroeger waren Nederlandse films en series überhaupt niet populair, maar nu worden romantische komedies van eigen bodem vaak bekeken.”

Zuid-Europa

Op zich heeft Beerekamp geen probleem met series en films uit eigen land. “Het gaat mij om de manier waarop het afgedwongen wordt. In Nederland is er grote weerstand als er van bovenaf bepaald gedrag afgedwongen wordt. In de EU gebeurt dat traditioneel, zeker bij Zuid-Europese landen. Frankrijk voorop, maar ook Italië, Spanje en Portugal. In Noord-Europa zijn wij daar niet van gediend.”

Toch verwacht de televisie- en filmrecensent dat het Nederlandse Netflix-publiek gewoon zal kijken naar het aanbod van eigen bodem. “Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet. Maar misschien gaat hij het eten onder dwang toch lekker vinden. Maar het is niet de manier die wij hier prettig vinden.”

Wrijving

Beerekamp denkt toch dat het voorstel van de Europese Commissie uiteindelijk zal werken. “Vroeger hadden mensen ook weerstand tegen het verplicht dragen van de gordel in de auto, maar nu klaagt niemand er meer over. Mensen wennen aan iets dat afgedwongen wordt en hebben er vrede mee. Maar iets van bovenaf opleggen blijft wrijving geven.”