Artiesten en andere personen uit de creatieve sector hebben recht op een vergoeding voor hun content op websites als Youtube en Facebook. Dat staat in een open brief van drie belangenorganisaties aan de Nederlandse Europarlementariërs, die het probleem later dit jaar zullen behandelen. Onder andere Di-rect en producers als Eric van Tijn en John Ewbank hebben de brief ondertekend.

Volgens Robbert Baruch van Buma/Stemra, een van de deelnemende organisaties, zit het probleem met name in de huidige formulering van de e-commercewet. “Die zegt namelijk dat een bedrijf niet verantwoordelijk is voor wat er op haar website staat, als iemand anders deze content uploadt. In zo’n geval is het bedrijf slechts een facilitator. Simpel gezegd: Youtube draagt geen verantwoordelijkheid voor een filmpje dat jij plaatst.”

Fossiele constructie
De huidige wet stamt overigens al uit de vorige eeuw. “Destijds hadden een aantal internetproviders last van kinderporno op hun servers”, legt Baruch uit. Uiteraard zijn zij op zo’n moment wel verplicht om dat materiaal te verwijderen, maar door die wet kunnen zij niet aansprakelijk worden gesteld.”

Dat klinkt allemaal logisch, maar door deze constructie lopen de makers inkomsten mis. Baruch: “Door de huidige wet kunnen bedrijven als Facebook en Youtube heel makkelijk onder hun financiële verantwoordelijkheid uitkomen. Alle inkomsten uit hun video’s gaan nu naar meneer Zuckerberg.” Het doel is dan ook niet om de wet compleet te veranderen, maar om hem nauwkeuriger te definiëren.

Dat zal voor de gebruiker van de websites trouwens niks veranderen. “Je betaalt natuurlijk niet fysiek voor een account, maar Facebook verdient wel degelijk iets aan jouw account. Dat heeft alles te maken met de advertentiewaarde die jouw pagina heeft”, legt Baruch uit.