De verkoop van staatsbedrijf Holland Casino kan volgend jaar beginnen. Dat heeft staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) bekendgemaakt. De Wet op de Kansspellen zou daarvoor wel moeten worden aangepast. VVD-Kamerlid Jeroen van Wijngaarden vertelt waarom de regering de casinoketen wil afstoten.

“Het exploiteren van een gokbedrijf is geen overheidstaak,” stelt Van Wijngaarden. En dat terwijl de overheid Holland Casino in 1974 zelf oprichtte als legaal alternatief voor illegale gokhuizen en om zo toezicht te kunnen houden op gokverslaving. Nu is in het regeerakkoord van de VVD-PvdA-coalitie afgesproken de veertien casino’s te privatiseren.

Holland Casino heeft momenteel veertien vestigingen en daarmee veertien vergunningen in Nederland. Na privatisering wordt de markt beperkt opengesteld en komen er slechts twee vergunningen bij. Holland Casino behoudt daarvan zelf tien vestigingen en stoot er dus vier af.

Principieel en praktisch
Volgens Van Wijngaarden heeft de verkoop van Holland Casino zowel een principiële als een praktische reden. “De Staat hoeft casino’s niet te exploiteren, dat kan de markt ook zelf. Daarnaast is er een meer praktische manier om gokverslaving tegen te gaan. Dat is om de wet zo te wijzigen dat de Kansspelautoriteit via private gokbedrijven toezicht houdt op gokverslaving,” aldus Van Wijngaarden.

Een andere voorlichter van de VVD benadrukt dat private casino’s wel moeten voldoen aan bepaalde eisen. “Een aantal zaken wordt in wet- en regelgeving geborgd, bijvoorbeeld dat de casino’s allemaal een goed beleid moeten hebben om gokverslaving tegen te gaan. Ook moet er een maximum aantal vergunningen per regio komen.” Een voorwaarde van succes is wel dat er genoeg concurrentie moet zijn.