Meer dan 250 Nederlandse jongeren reisden de afgelopen jaren af naar Syrië om te strijden in de ‘Heilige Oorlog’. In tegenstelling tot landen als België en Frankrijk komen de jihadgangers hier minder vaak uit achterstandswijken. Radicalisering is een probleem dat in het hele land op de loer ligt.

Voor de meeste jihadisten uit het Midden-Oosten en de Noord-Afrikaanse landen staan religieuze motieven vaak voorop. In Nederland speelt deze factor slechts een marginale rol, zo stelt arabist Jan Jaap de Ruiter van Tilburg University. “Van haat tussen soennieten – waar IS met name uit bestaat – en sjiieten is hier nauwelijks sprake.”

Hoop en verderf
Veel belangrijker zijn de sociaal-economische redenen, stelt De Ruiter. “Veel van de geradicaliseerde jongeren zijn laag opgeleid en komen uit de arme gezinnen. Als ze het niet waar kunnen maken in de samenleving voelen ze zich niet geaccepteerd.”

Het vooruitzicht op een belangrijke rol binnen het Kalifaat biedt de jongeren op zo’n moment hoop, vermoedt De Ruiter. “Het bouwen aan die heilstaat motiveert die jongens. ‘Nu gaan we er iets van maken’, denken ze. Ze staan er alleen niet bij stil dat het ter plekke allemaal niet zo mooi is als ze hopen.”

Hersenspoeling
Toch radicaliseren de jongeren over het algemeen niet uit zichzelf. Het grote gevaar zit in de ronselaars. Zij geven vaak de duw in de fundamentalistische richting. Slechts zelden weten de autoriteiten zo’n ronselaar te betrappen. Dat ze gewiekst te werk gaan, is dus wel duidelijk. Dat weet ook documentairemaker en schrijver Sinan Can.  Hij legt uit met welke strategie jongeren op straat worden benaderd en vervolgens steeds verder worden gehersenspoeld.

Ronselaars mogen door hun Westerse uiterlijk goed verborgen zijn, de geradicaliseerde jongeren zelf zijn vaak minstens net zo lastig te herkennen. Dat komt ook doordat veel mensen geen idee hebben waar ze op moeten letten. Er zou ongetwijfeld een belletje gaan rinkelen als een islamitische tiener plotseling zijn baard laat groeien, dagelijks religieuze boeken openslaat en in djellaba de straat op gaat. In de praktijk werkt het helaas niet zo en zijn de signalen veel subtieler dan uiterlijke vertoning.

Maarten Zeegers ging maar liefst drie jaar lang undercover als moslim in de Haagse wijk Transvaal. Daar maakte hij van dichtbij mee hoe het extremistische gedachtegoed steeds verder doordrong in de buurt, waar driekwart van de inwoners islamitisch is. Zeegers vertelt over zijn ervaringen, de kenmerken van radicalisering en de verantwoordelijkheid die scholen dragen in het voorkomen hiervan.

Belgen Europees Kampioen
Hoewel tweehonderdvijftig jihadgangers klinkt als een behoorlijk aantal, worden we door onder meer België, Denemarken en Frankrijk voorbijgestreefd. Onze zuiderburen zijn zelf de absolute koploper. Op iedere miljoen inwoners, reizen er 39 af voor de jihad. In Nederland zijn dat er zo’n 15, waarmee we ons land terugvinden op de zesde plaats.

Volgens Can ligt dat met name aan de grote achterstandsbuurten in die landen. “Er zijn wel kleine groepjes verdachten opgepakt in Delft en Roosendaal, maar in Nederland hebben we eigenlijk geen grote probleemwijken als Molenbeek of de banlieues rondom Parijs. We mogen onszelf zeker niet op de borst kloppen, maar ik denk dat we de signalen van radicalisering hier toch een stuk sneller doorhebben en aanpakken.”