Nu de sportzomer is begonnen, komen ook de Olympische Spelen steeds dichterbij. Sporters met een beperking moeten nog tot september wachten op de Paralympische Spelen in Rio de Janeiro. Zo ook de Paralympische atletiekploeg. Welke verschillen ervaren atleten met een prothese bij het sporten ten opzichte van valide atleten?

Door: Rowena den Ridder en Roy van den Busken 

Uit een Duitse studie naar verspringen met een prothese bleek vorige week dat er geen duidelijke voor- en nadelen zijn aan het hebben van een zogenaamde ‘blade’. De Duitser Paralympiër Marcus Rehm sprong de limiet voor de Olympische Spelen. Het onderzoek opent voor hem de weg naar de Spelen in Rio. Ronald Hertog, de Nederlands kampioen verspringen die deelneemt aan de Paralympics, is blij dat het onderzoek eindelijk gedaan is. “We praten er al een aantal jaar over. Sinds Marcus en ik goed springen, wordt ons steeds gevraagd: ‘Heb je wel of geen voordeel van je prothese?’ Tot op heden wisten we dat niet. Hard bewijs hadden we nooit. Nu is dat er eindelijk.”

De atleet vindt dat Paralympische verspringers een kans moeten krijgen om deel te nemen aan de Olympische Spelen als ze de limiet hebben gehaald. Zelf moet hij nog wel een stap maken. Hertog, de nummer twee op mondiaal niveau, springt momenteel 7,50 meter. De limiet is 8,10 meter. “Dat heb ik nog nooit gesprongen. Dus ik ben simpelweg nog niet goed genoeg om deel te nemen aan de Olympische Spelen.”

Omdat Rehm de benodigde lengte al wel heeft gesprongen, is het onderzoek voor hem van groot belang. Het is nog de vraag of de Duitse federatie hem naar de Olympische Spelen gaat sturen. “Ik denk dat hij dit onderzoek gaat aangrijpen om een rechtszaak te starten, zodat hij deelname kan afdwingen”, vertelt Hertog.

Pistorius
De situatie van Rehm lijkt op die van Oscar Pistorius. De Zuid-Afrikaanse hardloper kwam, na het winnen van een rechtszaak, uit op de Olympische Spelen in 2012. Hertog denkt dat in de toekomst deelname op de Olympische Spelen voor Paralympische hardlopers makkelijker te bereiken is, omdat Pistorius hen is voorgegaan. Maar op dit moment komt geen enkele loper in aanmerking. Op de 100 meter voor Paralympiërs staat het wereldrecord op 10,45 seconden. Om mee te doen aan de Olympische Spelen moet je een tijd onder de 10,20 seconden lopen.

Hoe groot het verschil is in prestaties tussen de Olympische en Paralympische Spelen is te vinden in de onderstaande grafiek:

In de grafiek is te zien dat alle Paralympische atleten op de Spelen van 2012 onder de kwalificatielimieten kwamen voor de Olympische Spelen. Enkel Oscar Pistorius behaalde de limiet voor de Olympische Spelen op het Afrikaans Kampioenschap. Tijdens de Spelen kwam hij in de halve finales van de 400 meter niet verder dan een achtste plaats.

Talentontwikkeling
Voor de Olympische spelen zijn er sporters in overvloed, maar Paralympisch talent is lastiger te vinden. Daarom is de Atletiekunie constant bezig met een zoektocht naar topatleten met een handicap. Guido Bonsen, bondscoach van het Paralympisch atletiekteam, en Tessa Trommelen, stagiair Aangepaste Atletiek bij de Atletiekunie, vertellen over de weg van talent tot Paralympiër.

Materiaal
De inmiddels gepensioneerde Harry Zenner was vijftig jaar lang prothesemaker en zorgde tijdens vijf Paralympische Spelen voor het maken en repareren van de blades van verschillende Paralympiërs. Volgens hem zijn protheses de afgelopen jaren enorm verbeterd. “Dat komt doordat de fabrikanten steeds meer op de vraag van de sporters in gaan en daarom op zoek gaan naar beter materiaal voor het product.” Het betekent echter niet dat er niets meer mis kan gaan. “Bij regelmatig gebruik kan er ten alle tijden materiaalmoeheid ontstaan en daardoor breekt de prothese soms af tijdens trainingen of wedstrijden als gehandicapte sporters over het uiterste van het materiaal heen gaan.”

Het niveau van Hertog, die al gekwalificeerd is voor de Paralympics, is deze winter beter geworden. “Mijn techniek en snelheid zijn beter, ik kan harder afzetten en ik ben sterker geworden. Al die factoren bij elkaar zorgen ervoor dat mijn prothese keer op keer afbreekt als ik een sprong met vertrouwen durf te maken. Op dit moment is het een zoektocht naar materiaal dat heel blijft.”

Verspringen met een prothese heeft volgens het Duitse onderzoek niet meer nadelen dan voordelen. “Protheses geven een enorme veerkracht en als sporter kun je daar op in spelen”, vertelt Zenner over het profijt dat Paralympiërs vanwege een blade hebben. Dit voordeel is bij sporters met een eenzijdige amputatie wel iets kleiner dan bij een dubbelzijdige amputatie, omdat zij met het andere been moeilijk kunnen bijblijven als zij de veerkracht tot het maximale willen benutten. Volgens Zenner zouden atleten met een dubbelzijdige prothese bij deelname aan de Olympische Spelen wegens de veerkracht een technisch voordeel hebben ten opzichte van valide sporters.

Training
Speerwerper Robin van Damme traint in Amsterdam onder leiding van Bas van Ormondt samen met valide speerwerpers. Zijn prothese zorgt ervoor dat deze trainingen voor hem net iets anders in elkaar zitten. Kwalificatie voor Rio zit er voor Van Damme niet meer in, maar zijn blik is gericht op de Paralympische Spelen van 2020 in Tokio.

Training Robin van Damme from De Nieuwsredactie on Vimeo.

De Paralympische Spelen worden gehouden van 7 tot en met 18 september in Brazilië. Vier jaar geleden behaalde het Paralympische atletiekteam van Nederland zeven medailles in Londen. De ploeg bestaat dit jaar uit minimaal achttien atleten waaronder enkele met een prothese.