Er wordt door de overheid te weinig bekendheid gegeven aan de rechten van zwangere vrouwen op de werkvloer. Dat vertelt Maryasha Molthoff, woordvoerder van het college voor Rechten van de Mens. Uit een onderzoek van het college voor Rechten van de Mens blijk dat de discriminatie onder zwangere vrouwen blijft stijgen. De overheid is hier een van de redenen van.

Discriminatie onder zwangere vrouwen blijkt vaak voor te komen, maar vrouwen zijn er te weinig over ingelicht om te weten wat ze kunnen doen. “Ze weten vaak niet wat hun rechten zijn, waardoor ze ook niet aan de bel trekken op het moment dat het verkeerd gaat. Zo blijft het probleem onzichtbaar”, legt Molthoff uit. Er zijn volgens haar genoeg manieren waarop de overheid bekendheid kan geven aan hoe er moet worden omgegaan met zwangerschappen op de werkvloer. Zo moet de overheid meer campagnes voeren en ervoor zorgen dat verloskundigen ook zijn ingelicht, zodat die de vrouwen erop kunnen wijzen wat hun rechten zijn op de werkvloer.

In de afgelopen vier jaar heeft het college voor Rechten van de Mens zelf ook twee keer campagnes gevoerd waarbij vrouwen anoniem konden melden dat ze werden gediscrimineerd. “Als zo’n oproep wordt gedaan, komen er veel meldingen. Hierdoor weten wij dat het een groot probleem is.” Wanneer het college geen oproep zou plaatsen, horen ze ook niets. Daarom is het volgens Molthoff belangrijk dat de overheid hier meer aandacht aan besteedt.

Vrouwendiscriminatie binnen het bedrijf
Het maakt niet uit waar je werkt en of je leidinggevende mannelijk of vrouwelijk is, maakt geen verschil. Overal komt vrouwendiscriminatie voor. Zo zijn er bedrijven waarbij de functie van de vrouw na haar verlof is overgenomen door een ander, of bij wie hun contract niet verlengt wordt wanneer blijkt dat ze zwanger zijn. “Wij als college brengen onderzoeksresultaten in de media, zodat bedrijven kunnen zien waar het mis gaat, maar ook hierin is de minister er verantwoordelijk voor dat bedrijven het goed doen.”