Tilburg – Orgaandonatie is weer even in de spotlight dankzij het initiatiefvoorstel van Pia Dijkstra. Nu vraagt de nieuwsredactie zich het volgende af: “Is een donorhart van een (top)sporter beter dan een donorhart van een ‘normaal’ mens?”

Het woord van de arts in spé
Volgens derdejaarsstudenten van de opleiding geneeskunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen hoeft het bovengenoemde niet per se zo te zijn. Een sporthart, ook wel atletenhart genoemd, is soms wel 45% groter dan een normaal hart omdat het getraind is. “Het hart moet natuurlijk passen bij het andere lichaam. Een veel belangrijker element is misschien wel de leeftijd van het donorhart en niet of het getraind is.”

In het nieuws verschijnen weleens berichten over voetballers die op het veld het loodje leggen. De 28-jarige Marc-Vievien Foé overleed op het veld door een hartaanval. Evander Sno kreeg een hartstilstand, maar kwam er slechts met een pacemaker vanaf. Toch is bewezen dat het hebben van een atletenhart geen directe oorzaak is van hartaanvallen.
Het is zelfs zo dat sporters door hun jarenlange training maar vijf keer zo hoog risico lopen om plotseling de pijp uit te gaan. Dat tegenover 56 keer zo hoog risico van de ‘simpele ziel’.

Atletenhart is luxeproduct
Op Pubmed.com, het online archief waarin medische onderzoeken geplaatst worden, blijven onderzoeken over atletenharten nog op de achtergrond. Volgens de studenten heeft dat te maken met de welbekende schaarste van orgaandonoren. Dat wordt in cijfers uitgedrukt op de website van de transplantatiestichting. De orgaandonatie beschikt niet over exacte gegevens van het aantal atletenharten. “Eén geschikt hart is al fijn, of het nu een atletenhart is of niet. Al zou het ooit blijken dat een atletenhart echt beter is, valt er toch niks te kiezen. Die luxe is er gewoon niet.” Wellicht brengt het wetsvoorstel over actief donorregistratie daar in de toekomst verandering in.