Niet-sportende volwassenen hebben aan 0,8 gram eiwitten per kg/lichaamsgewicht al genoeg om hun spiermassa te behouden. Hoe zit dit dan als er fanatiek gesport wordt? Jenny Hofstede, sportdiëtiste UMC Utrecht, legt uit: “als een sporter meer eiwitten inneemt dan hij nodig heeft, wordt dit niet gebruikt voor spiermassa maar voor een ander doeleinde.”

De eiwitbehoefte is wordt bepaald door verschillende factoren, zoals de leeftijd, de lichaamssamenstelling, de frequentie van sporten en de soort sport.. Wanneer er wel gesport wordt, hangt het af van welke sport het is hoeveel extra er ingenomen mag worden. Zo is volgens onderzoek is de eiwitbehoefte van een krachtsporter tussen de 1,5 en 2 gram gram eiwitten per kg lichaamsgewicht. Deze soort sport vraagt dan ook meer eiwitten dan duur- of teamsport. Dit bevestigt Hofstede. “Krachtsporters moeten bewust bezig zijn met de hoeveelheid eiwitten die ze innemen.” Dit hoeft niet perse met shakes en repen. Ze vertelt dat sporters meestal voldoende eiwitten uit normale voedingsmiddelen kunnen halen. “Ik weet uit ervaring dat dit wel veel van sporters vraagt, elke keer zelf eten te maken. Het is dan makkelijker om een shake of reep na het sporten te nemen.”

Het beste is, volgens onderzoek, om voor het sporten een kleine hoeveelheid eiwitten te nemen en een grotere hoeveelheid na. “De timing is heel erg belangrijk.” Dit heeft te maken met het herstel van de spieren. Volgens Hofstede moet er binnen een half uur na het sporten een herstelmaaltijd genomen worden met voldoende eiwitten, maar niet teveel.

Gevolgen
Nieren breken eiwitten af dus hoe meer eiwitten er genomen worden, hoe harder de nieren moeten werken. Hofstede vertelt wel dat het lastig is om te bepalen wanneer het te belastend voor de nieren is. Het lichaam heeft eiwitten nodig, het is een opbouwstof van het lichaam. Daarom zijn te weinig eiwitten ook weer niet goed. “Alles wat te veel is, is niet goed en andersom.”

Het is ook niet goed om teveel eiwitten in te nemen in de hoop dat de spiermassa groeit. Een overschot aan eiwitten wordt namelijk niet omgezet in spiermassa. Een overschot aan eiwit kan dienen als extra energie en wanneer deze energie niet verbruikt wordt, wordt het opgeslagen als vetmassa. “Energie is de brandstof van het lichaam en eiwitten zijn een minder goede brandstof dan koolhydraten. Dus extra energie kan beter verkregen worden uit koolhydraten dan uit eiwitten”. Hierbij geldt dus niet ‘baat het niet, dan schaadt het niet’.