Het was een troosteloze dag in Napels afgelopen zaterdag. Het kwam met bakken uit de hemel toen de Napoli-supporters zich verzamelden rond het São Paulo stadion. Napoli nam het op tegen Bologna in de Italiaanse voetbalcompetitie Serie A. De club van Dries Mertens en Arek Milik won gemakkelijk met 3-1, die laatste speler had een hoofdrol. 

Temperamentvolle Italianen op de tribune, rode fakkels in het publiek en een goed Italiaans biertje on the side. Het klinkt als een perfect voetbalavondje, maar schijn bedriegt. Het São Paulo stadion is maar voor de helft gevuld. Hier en daar mist een stoeltje in het oude stadion en de rode fakkels worden gebruikt om de brandweer te bekogelen. Iedere tien minuten wordt er wel een fakkel richting de brandweer gegooid. En iedere keer doven zij het vuur met beleid. Ze lijken het normaal te vinden. Het is een beetje vergane glorie. Het doet denken aan de Lange Leegte in Veendam, alleen dan wat groter. En dat terwijl Napels een miljoen inwoners telt. Toch weet Napoli wekelijks maar zo’n dertigduizend supporters naar het stadion te krijgen. Volgens de aanwezige supporters is het alleen tegen Juventus wat voller. Bij Ajax of Feyenoord zitten iedere week zo’n vijftigduizend supporters. En die steden tellen aanzienlijk minder inwoners.

Publiek gooit fakkel

Milik nu al een held
Arek Milik, die voor 32 miljoen overkwam van Ajax, had een hoofdrol in de wedstrijd. Hij is pas met zijn eerste seizoen bezig bij de club, maar is nu al publiekslieveling. Hij stond niet in de basis maar werd in de tweede helft ingebracht. Milik boog de 1-1 stand om naar een 3-1 winst. Na zijn twee doelpunten hadden de fans toch nog iets om trots op te zijn. Bijna huilend van geluk werd zijn naam gescandeerd. De wedstrijd was voor zijn invalbeurt vergelijkbaar met het niveau van het failliete AGOVV, de club waar Napoli-speler Mertens zijn carrière begon. Hij is er weinig op vooruit gegaan sindsdien.

Koploper
Door de winst staat Napoli aan kop in de Serie A. In de 88e minuut hielden de meeste supporters het voor gezien, de buit was binnen. Geen gejuich en gezang na de wedstrijd maar snel richting de auto. Het chaotische verkeer van Napels weer in. De verkopers rond het stadion hadden een goede dag. De shirtjes met rugnummer 99 van Arek Milik waren binnen no-time uitverkocht. Het werd daarna snel rustig rond het stadion. Ook de vele Polizia en Carabinieri konden vlot naar huis.

Lege tribunes
Bij de rest van de clubs in de Serie A is het niet veel beter. Alleen bij Juventus, AC en Inter Milaan zitten de tribunes enigszins vol. Neem Genoa, een stad met een half miljoen inwoners. Wekelijks zitten er net twintigduizend fans op de tribune. Bij een streekclub als Vitesse zitten er evenveel, alleen telt de stad nog niet de helft aan inwoners. Napoli heeft niks aan het stadion met een capaciteit van zestigduizend mensen. De laatste keren dat het stadion echt vol zat was in de tijd van Maradonna. De man die nu nog op de vlaggen bij de club prijkt. De supporters die aanwezig zijn brengen gelukkig aardig wat temperament mee. De supporters zijn zo fanatiek waardoor het af en toe lijkt alsof ze onder de druk bezwijken.

foto-17-09-16-20-19-12