Door Dennis Boom en Annelies Becker

De 46ste president van Amerika wordt 8 november 2016 gekozen. We hebben hierover in Nederland het afgelopen jaar veel meegekregen in het nieuws. We zien en horen blijkbaar graag over de strijd tussen de Democraten en de Republikeinen. Wellicht hoort de Nederlander er graag over omdat de campagnes daar niet te vergelijken zijn met die in Nederland. Het verkiezingscircus lijkt steeds meer om de persoon te gaan dan om zijn idealen. Alle lijken worden uit de kast gehaald en emotie en sentiment worden machtige wapens.

Maarten van Rossem liet twee jaar geleden in zijn glossy ‘Maarten’ al weten wat hij hiervan vond: “De Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn het grootste en duurste politieke spektakel ter wereld. Het is een systeem waarin honderden miljoenen dollars worden uitgegeven aan het kapotmaken van de tegenstander en heeft niets meer te maken met een volwassen en effectieve democratie.” In 2014 was de kandidaat voor de Republikeinen nog niet bekend. Toch schreef Maarten toen al op USA365.nl: “Eigenlijk is het een treurig schouwspel geworden. Ik heb de Amerikaanse politiek een beetje opgegeven. Maar als ik de keuze heb tussen Hillary of één of andere idioot uit Republikeinse hoek, dan kies ik voor Hillary.” Hij vermoedde toen dat de Republikeinen geen capabele kandidaat zouden leveren.

De verkiezingen in Amerika gaan er vrij ingewikkeld aan toe. Er zijn eerst voorverkiezingen in alle vijftig staten bij zowel de Republikeinse als de Democratische partij, die hun genomineerden moeten kiezen. Dat gebeurt op twee manieren, met zogeheten primaries en caucuses. Bij een primary wordt een stem uitgebracht en bij de caucasus heb je een ruimte waar kiezers in de hoek moeten gaan staan waar hun kandidaat vertegenwoordigd is. Iedereen die minder dan 15% van de aanwezigen weet te krijgen valt af, waardoor ze zich daarna moeten herverdelen. Er wordt dan echt een debat gevoerd.

Als die interne verkiezingen uiteindelijk geweest zijn en de genomineerden bekend zijn, dan worden die formeel vastgesteld bij de Democratische en Republikeinse conventies. Dat is altijd zo rond juli augustus. Dat is een formeel moment en zo’n congres duurt echt drie dagen. Daar wordt het dan geformaliseerd en vervolgens begint de officiële race tussen de Democraten en de Republikeinen. Eigenlijk zouden er ook nog andere partijen mee moeten kunnen doen, dat gebeurt in de praktijk eigenlijk niet want die krijgen gewoon geen voet aan de grond.

De bedoeling is uiteindelijk dat je niet de meeste stemmen maar de de meeste kiesmannen krijgt. Er zijn in totaal 538 kiesmannen die gekozen kunnen worden, mits de stem uiteindelijk bepalend is. 100 daarvan zijn via de senaat. Elke staat heeft 2 senatoren dus 50 x 2 is 100 kiesmannen vanuit de senaat en 438 vanuit het huis van afgevaardigden. Naar mate een staat groter is, zijn er meer kiesmannen te verdelen. Dus bijvoorbeeld New Hampshire heeft er drie en een staat als California heeft er misschien wel vijftig. Dus het is voor kandidaten veel aantrekkelijker om een grote staat te winnen dan een kleine staat.

In de praktijk zie je dat sommige staten altijd naar een Republikein of vrijwel altijd naar een Democraat gaan. Daar wordt dan nauwelijks campagne op gevoerd want dat kost ze gewoon veel te veel geld en inzet. Er wordt vooral campagne gevoerd in de staten waar het er om spant, de zogenaamde swing states. Dat zijn er eigenlijk maar een stuk of tien. Dit jaar zie je ook weer dat het er in staten als Ohio en Florida het er echt om spant en daar concentreert de campagne zich op. Dat zullen we in november ook merken.

Inmiddels is de strijd tussen Hillary Clinton en Donald Trump behoorlijk losgebarsten. Hillary had lange tijd een flinke voorsprong maar de twee komen steeds dichter bij elkaar.
Een overzicht van de afgelopen maanden.

De twee landen zijn qua politiek moeilijk met elkaar te vergelijken, maar velen Nederlanders hebben toch zo hun mening. Op welke kandidaat zou u stemmen?

In Nederland wonen enkele tienduizenden Amerikanen die voor het eerst naar Nederland komen of terugkeren van een tijdelijk verblijf. Degenen van hen die een Amerikaans en een Nederlands paspoort hebben, mogen ook 8 november stemmen. Voor hen is het nog spannender wie er gaat winnen.
Rutger de Quay en Gisela kijken met een Nederlandse blik naar de verkiezingen. Zij weten al op wie zij hun stem gaan uitbrengen.

Amerika is natuurlijk vele maten groter dan ons kleine kikkerlandje. Daarom is het moeilijk om de twee te vergelijken. Maar de VS heeft wel degelijk invloed op onze politiek. Zou deze invloed
kunnen doordringen in plaatselijke politiek? De PVDA in Tilburg volgt ook de verkiezing op de voet. Kirsten Verdel is Amerika-expert en heeft in 2008 meegelopen met de campagne van Obama.

Politiek in twee landen from De Nieuwsredactie on Vimeo.

Het is wel zeker dat het een erg spannende strijd is geweest en ook nog wordt. We zullen het zien.