Een verhaaltje voor het slapen gaan, of samen met je kind op de bank in een prentenboek duiken. Het is volgens de organisatie van de Nationale Voorleesdagen ontzettend belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen.

Gedurende de Nationale Voorleesdagen, van 25 januari tot en met 4 februari, lezen bekende en onbekende Nederlanders op basisscholen en in bibliotheken voor aan kinderen tot ongeveer zes jaar. Het voorlezen wordt tijdens speciale activiteiten gecombineerd met bijvoorbeeld muziek of een gezamenlijk ontbijt. Naast dat de kinderen het vaak erg leuk vinden om voorgelezen te worden, is het goed voor de taalontwikkeling van jonge kinderen.

De organisatie wil dat er meer voorgelezen wordt aan kinderen die nog niet kunnen lezen. Volgens een woordvoerster is een prentenboek uitermate geschikt voor zogenaamd ‘interactief voorlezen’. “Door kinderen echt bij het verhaal te betrekken en samen in het verhaal te duiken, wordt hun fantasie geprikkeld. Ook bouwen de koters een goed empathisch vermogen op omdat ze zich moeten verplaatsen in het avontuur van de personages uit het prentenboek.”

Ieder jaar kiest een jury het prentenboek van het jaar. Dit jaar is dat het prentenboek ‘De kleine walvis’ van Benji Davies. Hoofdpersonage Boy, die met zijn vader en zes katten in een vissershutje woont, vindt op het strand een aangespoelde walvis, waarmee hij een hechte vriendschap opbouwt. Het is volgens de jury een “klein maar krachtig verhaal over vriendschap, de liefde tussen ouder en kind en het besef van eenzaamheid.” De jury bewonderde ook de prenten die het verhaal vertellen. “De tekst zou bijna achterwege gelaten kunnen worden”