Beugelen, wat is het eigenlijk? Waar komt het vandaan en waarom is het zo onbekend? De, voornamelijk Noord-Limburgse sport, wordt vooral beoefend door 55 plussers. De bal door een ring duwen, dat is het doel van de sport.

 

Het is woensdagmiddag één uur, het clubhuis van de beugelvereniging de Flatsers in Baarlo (L) is al aardig gevuld. En dat terwijl het clubhuis net open is. ‘’Ja, het is elke woensdag eigenlijk wel druk.’ Zegt Piet Geurts, vader van de voorzitter Roy Geurts. Er komen wat mannen binnen en ze pakken meteen een muntje. ‘Zo zorgen we ervoor dat iedereen aan de beurt komt. Er staan nummertjes op de muntjes en zo gaan we het rijtje af.’ Er zijn verschillende verenigingen en de meest bijzondere zijn de namen. ‘Je wist vast niet dat de namen zijn afgeleid van termen. Wij heten de flatsers en dat is als de bal tegen de rand van de ring komt. Grappig hè?’

 

‘Het is een sport waar je zo snel mogelijk naar de 30 punten moet. De bedoeling is dat je de bal met de beugelschop door de ring krijgt. Daar zitten er wel regels aan. Zo krijg je twee minpunten als de tegenstander jouw bal via de achterkant door de ring duwt.’

 

De sport is vooral bekend in Noord-Limburg. Tussen Weert en Venlo liggen de meeste beugelbanen. Verder nog een in Arnhem, in Etten-Leur en een paar in Duitsland. Dat de meeste beugelverenigingen in Limburg zitten, heeft met het verleden te maken. Rond 1200/1300 was beugelen een edelsport, die voornamelijk in Limburg gespeeld werd.

 

Er zijn voornamelijk recreanten competities, maar ook Nederlandse kampioenschappen. John Verest is dit jaar wederom kampioen geworden in de Ereklasse, de hoogste van de zes klasses. ‘Het is niet dat je hier je boterham mee kan verdienen. Ik denk dat hij anders al wel miljonair zou zijn, Verest is al heel vaak kampioen geworden.’ Aldus Geurts. Dat maakt voor de spelers in Baarlo niks uit. Zij komen om gezellig een middagje te beugelen en daarbij wat te drinken en te kletsen. ‘Ik kom hier al bijna tien jaar elke woensdag, het is een prachtig spel. En het kan heel spannend worden. Kijk, je moet een keuze maken. Ga je aanvallend of verdedigend spelen. Wil je zelf punten scoren of wacht je op een fout van de tegenstander? Zo is elk spel anders.’ Zegt een vaste bezoeker. De mannen lachen en drinken nog wat koffie. ‘Dit potje is afgelopen, nummer veertien, vijftien, zestien en zeventien mogen nu!’