Het ene na het andere gerucht en de ene miljoenendeal na de andere; China heeft de mondiale voetbalwereld in haar greep en streeft naar een WK-titel in 2030. Jan Poortvliet (61) is sinds 2016 trainer van Qingdao Red Lions en maakt zo de Chinese ambities van dichtbij mee. De voormalig WK-finalist in 1978 is voorzichtig optimistisch over het voetbal in China.

In een interview met Voetbal International verklaart Poortvliet dat de doorsnee Chinees voetbal niet interesseert. Dat is echter niet het geval. “De doorsnee Chinees houdt juist van voetbal. Daarentegen is er geen vertrouwen in Chinese voetballers en het nationale elftal. Over het algemeen leeft het voetbal redelijk, de stadions zitten vol, al is dat te relativeren gezien het inwonersaantal.”

Een veelgehoorde vraag, is hoe het mogelijk is dat China met 1,3 miljard inwoners geen elf goede voetballers kan voortbrengen. Los van het gebrek aan de juiste soort opleiding voor jeugdspelers, is ook de eenkindpolitiek (tegenwoordig tweekindpolitiek) fataal geweest volgens de geboren Zeeuw. “In Chinese gezinnen is men enorm gefocust op het slagen van een carrière. De kans op een geslaagde carrière als profvoetballer is procentueel vele malen kleiner dan bij een ‘normale’ baan. Ouders hebben liever dat je gaat leren dan voetballen.”

Arm of rijk

Een andere factor die meespeelt in het Chinese voetbal, is de financiële gezinssituatie. Arme kinderen hebben sneller de neiging om te gaan voetballen en de droom prof te worden. “Arme kinderen voetballen, de sport wordt gezien als uitschot. Bij rijke kinderen is het belangrijker om plezier te maken met vriendjes. In Nederland doen we er alles aan om, onder welke gezinssituatie dan ook, de voetbaldroom werkelijk te maken. Scholen passen zich aan en ouders willen heel graag dat hun kind voetballer wordt. Dat maakt alles veel makkelijker”, aldus de drievoudig Nederlands kampioen met PSV.

Chinees voetbal

Poortvliet praat graag over het Chinese voetbal en zijn ervaringen, maar is minder enthousiast over het spel van de Chinezen. “Ze spelen redelijk naïef. Het ontwikkelt zich, maar dat is vooral dankzij de buitenlandse spelers. Teams proberen te voetballen, maar in de praktijk wordt er vooral verdedigd en niet het spel gemaakt.”

Zelfvertrouwen

Poortvliet noemt het bescheiden karakter van de Chinezen een obstakel binnen het voetbal. “Hierdoor hebben zij moeite om de bal te vragen of andere spelers aan te sturen. Ook omschakelen, vrijlopen en voetbalinzicht is onderontwikkeld.” De buitenlanders zorgen voor ontwikkeling, maar vooral afhankelijkheid. “Als je, voor Chinese begrippen, toppers als Ezequiel Lavezzi en Gervinho weghaalt bij hun club Hebei Chine Fortune, blijft er weinig over. Zij nemen het team wekelijks bij de hand, maar als zij niet meedoen is het over.”

De afhankelijkheid zorgt ervoor dat de buitenlandse spelers populair zijn en ook Poortvliet is lovend: “Overal waar zij komen, zijn ze de beste en doen ze hun stinkende best. Ze komen niet alleen om geld op te halen, ze willen ook echt iets presteren. Hierdoor kunnen andere spelers zich aan hen optrekken.”

Chinese Super League

Wat het niveau van de Chinese Super League is, vindt Poortvliet moeilijk in te schatten. Guangzhou Evergrande, de absolute topclub, doet in Nederland mee ‘in de top drie’. “Evergrande heeft een aantal leuke spelers, maar voornamelijk Brazilianen. Dat is een serieus probleem. Het zijn geen Chinezen, dus het nationale elftal wordt er niet beter van. Een aantal andere teams heeft een paar goede buitenlanders, maar als je hen weghaalt is het niveau niet geweldig. China zelf heeft er dus, bijvoorbeeld met winst van het WK 2030 voor ogen, weinig aan.”

Het eerste Chinese doel is om de buurlanden in te halen. “Tactisch is men in Europa veel sterker dan in China, hoewel er een inhaalslag gemaakt wordt. Er werken veel buitenlandse trainers, voornamelijk Europeanen, waardoor veel verschillende speelstijlen en systemen binnen één competitie zichtbaar zijn. Chinese trainers proberen hiervan te leren, maar in China heerst de cultuur dat je het al goed doet als je hard werkt. Zij zijn in ieder geval leergierig en bezeten van voetbal: een belangrijke basis.”

Voetbalopleidingen

Structuur is een onbekend begrip in het Chinese voetbal. Poortvliet vergelijkt de huidige structuur met een huis. “Als je een huis bouwt, begin je ook niet bij het dak. Eerst moet het fundament worden gebouwd.” De oplossing is volgens Poortvliet niet moeilijk. “Momenteel zijn er geen competities in het jeugdvoetbal. Voetbalscholen spelen geen competities, zelfs niet de plaatselijke scholen van Europese topclubs als FC Barcelona en AC Milan. In Nederland kennen we competities voor alle leeftijdscategorieën, dat bestaat in China niet. Voordat China stappen wil zetten in het internationale voetbal, zijn competities en structuur nodig. In competities komen winnaars, de besten zoeken de besten. Op deze manier kunnen spelers zich meten met anderen, waardoor de kwaliteit naar boven komt.”

Momenteel krijgen alle Chinese clubs vanaf de tweede divisie geld van het stadsbestuur, voor bijvoorbeeld accommodaties en transfers. Dit geld kan beter naar jeugdopleidingen gaan, vindt Poortvliet. “China wilde vorig jaar beginnen met het opleiden door te investeren in voetbalscholen en trainers. Het geld hiervoor komt altijd in verkeerde handen, waardoor salarissen overblijven van 1500 euro per maand. Gerespecteerde kwaliteitstrainers gaan hiervoor niet naar China. Nu zijn het voornamelijk buitenlandse studenten. We proberen nu ook Chinese trainers op te leiden. Zo’n opleiding duurt twee weken en wisselt veld en lokaal af. Het is goed om te zien dat zij hier serieus mee bezig zijn. Ze maken schema’s en laten hun elftallen leuk voetballen, maar grote afstanden en taalverschillen zijn een probleem. Al met al duurt het zeker acht tot tien jaar voordat het Chinese voetbal er de vruchten van kan plukken.”