Je hebt er waarschijnlijk nog nooit van gehoord, maar de naam zegt eigenlijk alles. Schaakboksen combineert twee strategische sporten in één en maakt er een geheel nieuwe sport van. Dit alles bedacht Iepe Rubingh na het lezen van een stripboek toen hij 17 jaar was.

“Het is geïnspireerd door De Koude Equator, een stripboek van Enki Bilal”, vertelt Iepe Rubingh, de grondlegger van Schaakboksen. “In zijn verhaal was een soort schaakbokswedstrijd te zien. Dit heeft mij later in mijn leven geïnspireerd om deze sport écht te maken.”

Het begin

“Ik was 28 toen ik de eerste schaakbokswedstrijd organiseerde in Paradiso. We waren toen nog maar met zijn tweeën, maar nu zijn er drie- tot vierduizend schaakboksers in de wereld.” Op dit moment wordt er ook gewerkt aan het opzetten van een schaakboksclub in Zuid-Afrika en wordt er gesproken over een amateur wereldkampioenschap in India. In Nederland wordt de sport nog amper beoefend. “De eerste wedstrijd was wel in Nederland, maar beide schaakboksers zijn toen naar het buitenland gegaan. Er is wel een Nederlandse schaakbokswedstrijd, maar een club of vereniging is er nog niet. Als ik zelf nog in Nederland zou wonen zou ik er wel een willen beginnen.”

Wedstrijd

De wedstrijd bestaat uit elf rondes, waarvan er zes schaakrondes zijn en vijf boksrondes. Elke ronde is weer drie minuten lang. Het is snelschaken, dus elke speler heeft in totaal negen minuten denk tijd. Als een ronde voorbij is drukt de scheidsrechter op een knop, worden de bokshandschoenen aangetrokken en kan het vechten beginnen. “Als je de boksronde hebt overleefd, kan je weer plaatsnemen aan het schaakbord.” Dan herhalen de rondes zich weer. Dit gaat zo lang door tot iemand schaakmat staat, of knock-out gaat. Als dit niet gebeurt eindigt de wedstrijd als in de laatste ronde de bedenktijd op is.

“De regels zijn zo gemaakt dat je niet maar één van de twee disciplines kan beheersen. De meeste spelers zijn zo goed in boksen dat je ze niet zo snel knock-out slaat. En als je alleen kan boksen maar niet kan schaken, sta je ook al snel schaakmat”, vertelt Rubingh.

Publiek

Het publiek bestaat voor een klein deel uit schaak- en boksfans: “De helft van de schaakwereld vindt het te gek! Het maakt het schaken net wat spannender en ze snappen ook dat schaakboksen geen bedreiging voor hun sport is. Wij zijn zelf ook enorme schaakfans. De andere helft vindt dat we de sport verkrachten. Dit is een beetje het zelfde als bij boksen. De helft van de bokswereld vindt het interessant. Het stelt boksen ook in een positief daglicht. Nu komt er een soort intelligent aura om de sport. De andere groep vindt het maar onzin.”

Maar er komen niet alleen schakers en boksers naar schaakbokswedstrijden kijken. Het trekt een heel ander publiek, volgens Rubingh komen veel mensen uit nieuwsgierigheid kijken. Schrijvers, studenten, mensen uit de filmwereld; je komt ze allemaal tegen. “Dat noemen ze in moderne taal de creative class.” Maar ook mensen uit de bedrijvenbranche en doktoren zijn er te vinden.

Toekomst

Rubingh is hard aan het werk om meer mensen kennis te laten maken met de sport. “Nu is het nog best under the radar, maar we zijn nu bezig met sponsoren en televisie. Als dat allemaal op gang komt, plus de aankomende kampioenschappen, dan komen we uiteindelijk wel boven de radar.”

Het ultieme doel van een sport is natuurlijk om olympisch te worden. “Dat kan nog wel even duren. Maar ik denk zeker dat we een goede kans maken. Het uitgangspunt van de olympische spelen is een gezonde geest en een gezond lichaam, en wij combineren een denksport met een vechtsport. Daar zal het dus niet aan liggen!”