De derde Elfstedentocht werd gereden op 27 januari 1917, vandaag precies 100 jaar geleden. Coen de Koning won de tocht der tochten toen voor de tweede keer.

De Arnhemmer won in 1912 ook al de Elfstedentocht, op zijn 33ste. Dat jaar haalde hij om 11.40 uur in de ochtend de finish. Een mooie tijd en zeventien minuten eerder dan de rest, maar zijn winst werd besmet door beschuldigingen van fraude. Een andere schaatser, Jan Ferwerda, beschuldigde De Koning ervan zich voort te hebben laten trekken door een gids. De klacht werd niet officieel behandeld en de beschuldiging werd niet breed gedeeld, maar Coen de Koning vond dat zijn goede naam was besmeurd. Het was een smet op zijn overwinning.

Het verhaal gaat dat de aanklacht van Ferwerda de reden is dat De Koning vijf jaar later, als 38-jarige, weer besloot mee te doen aan de Elfstedentocht. Vast staat dat De Koning zijn rivaal Jan Ferwerda in 1917 een kwartier voor de start tegenkwam. In het TV-programma Andere Tijden uit 2010 is te horen hoe De Koning vertelt over dat moment: “Maar toen in 1917 zag ik een kwartier voor vertrek zo’n stelletje rijders met ook Ferwerda erbij. En die moest ik juist hebben. Want dat zat me nog steeds dwars. En toen zei ik: ‘Ferwerda, vandaag kun je twee dingen zien: De Koning wordt nummer één of je kunt ’n doodskist voor ‘m klaarmaken.” Vervolgens heeft De Koning 170 kilometer lang in z’n eentje geschaatst. Ver uit zicht van de nummer twee haalde deze vaderlandse held om 09.50 uur de eindstreep in Leeuwarden. Maar misschien is nog wel belangrijker: Ferwerda kwam bijna twee uur later binnen.