Door Amber Janssen en Emily van Kleunen

Minister Bussemaker en de staatssecretaris Dekker van Onderwijs willen een wet invoeren waarmee vmbo’ers op basisniveau makkelijker door kunnen stromen naar het mbo. Nu is het zo dat je eerst vier jaar lang op de middelbare school zit en je daarna nog twee jaar mbo moet doen. Dankzij het wetsvoorstel zijn vmbo’ers straks één jaar eerder klaar. Maar is deze nieuwe wet eigenlijk nodig?

Ieder jaar vallen er duizenden leerlingen uit bij de overstap naar het mbo, blijkt uit cijfers van het ministerie van Onderwijs. Jongeren zitten thuis en de leerplichtambtenaar krijgt ze maar niet naar school. Voor sommige leerlingen is de overstap van vmbo naar mbo te groot, volgens Bussemaker. Ze gaan van een kleine school naar een veel groter gebouw en dat kan nogal wennen zijn. Andere leerlingen verliezen hun motivatie juist doordat ze in het eerste jaar mbo veel dingen hetzelfde moeten doen als het laatste jaar van hun vmbo.


Tijd voor verandering dus: een nieuwe wet werd geboren, waarbij het halen van een vmbo-diploma niet meer nodig is. In plaats daarvan willen Bussemaker en Dekker dat de leerlingen zich in hun laatste jaar vmbo meer gaan voorbereiden op het mbo door extra mbo-lessen te volgen. Omdat ze die lessen dan al krijgen, hoeven ze daarna nog maar één jaar mbo te doen. Op die manier worden ze al binnen vijf jaar klaargestoomd voor een beroep, in plaats van zes jaar, zoals nu het geval is.

Aanpassing scholen

In de toekomst zijn leerlingen dus niet alleen eerder klaar met school, ze kunnen ook nog eens sneller wennen aan het mbo. Met de nieuwe wet hopen onze minister en staatssecretaris dat leerlingen minder snel uitvallen. “Ik vind de doelstelling mooi,” zegt Paul Slier, waarnemend bestuurslid van de Galilei onderwijsgroep Spijkenisse. De groep gaat over vier vmbo scholen. “Ik kan me er wel in vinden. Er wordt gezorgd voor gepersonaliseerde lessen. Maar als het gaat om de uitvoering ervan, zijn er nog wel wat haken en ogen.” Slier vraagt zich af hoe scholen zoiets gaan organiseren. Het vraagt volgens hem veel van de scholen zelf, omdat die hun roosters op elkaar aan moeten passen. Een mogelijke oplossing die hij aandraagt, is een vaste dag waarop vmbo-leerlingen mbo-lessen volgen.

In onderstaand item vertelt adjunct-directeur Harrie van de Graaf, van de afdeling vmbo van De Rooi Pannen, wat hij van de wet vindt.


Diploma

Scholen kunnen straks zelf kiezen of ze een leerroute aanbieden waarbij geen vmbo-diploma hoeft worden gehaald. Slier zelf vindt een vmbo-diploma juist wél belangrijk. “Met zo’n diploma heb je altijd nog íets. Stel dat je meteen doorgaat naar het mbo, maar die opleiding mislukt. Dan kun je altijd nog iets anders gaan doen.” Leerlingen hebben volgens het bestuurslid een korte spanningsboog. Als ze geen diploma hoeven te halen, verwacht hij dat ze minder hard gaan werken. “Mooier zou het zijn als ze elk jaar een diploma moeten halen. Dan streven ze echt naar een bepaald doel.” Hij denkt dat leraren en leerlingen eerder voor een vmboschool kiezen waarbij je een diploma moet halen. Slier verwacht tevens dat scholen waarbij je geen diploma meer hoeft te halen, minder populair worden.

Op de Rooi Pannen in Tilburg volgen leerlingen vmbo, maar kunnen ze kiezen voor praktijkvakken waarin ze dan examen moeten doen. Horeca bijvoorbeeld. De zestienjarige Indy van Asten koos hiervoor, maar gaat hierna toch liever toerisme doen.