Het klinkt als een onmogelijke klus voor een gemiddelde student: de bijna twee kilometer hoge Mont Ventoux op fietsen. Daar moet je voor trainen, zou je denken. Maar kun je die populaire Franse berg niet gewoon oprijden als je nooit verder dan naar de stad fietst?

Als iemand weet hoe zwaar bergbeklimmingen per fiets kunnen zijn, is het oud-beroepswielrenner en journalist Thijs Zonneveld wel. “Als je ongetraind naar boven wilt, zal het meer een mentale dan fysieke strijd worden. Je lichaam wil stoppen maar je hoofd moet dan zo sterk zijn om daar niet aan toe te geven.”

Afzien dus. Een paar keer per week jezelf in het zweet fietsen tijdens een spinningles, zou het makkelijker kunnen maken. “Training zorgt er voor dat je lichaam meer zuurstof naar je spieren stuurt. Dat maakt het vermogen dat je moet leveren, minder zwaar”, legt de voormalig beroepswielrenner uit.

Veel fietsers zien de top bereiken als een overwinning op zichzelf – Thijs Zonneveld

Pittig of niet: honderden wielrenners beginnen jaarlijks aan de 21 kilometer lange lijdensweg. Zonneveld begrijpt wel waarom zoveel renners juist deze hoge berg willen trotseren. “Veel fietsers zien de top bereiken als een overwinning op zichzelf. Het is de uitdaging en het feit dat je op dezelfde plek rijdt als de profs bij de Tour de France, wat de berg een bepaalde aantrekkingskracht geeft.”

Tips van de pro
De oud-wielrenner heeft nog wel een paar tips als je van plan bent je oude barrel een dagje in te ruilen voor een heuse wielrenfiets om een poging te doen de top te bereiken. “Zorg voor een fiets met kleine versnellingen, waar je veel omwentelingen mee kunt maken.” Zonneveld attendeert ook op de laatste kilometers, waar de wind vrij spel heeft en het nog zes kilometer afzien is.

Er is echter maar een manier om erachter te komen of je ongetraind boven komt. De Nieuwsredactie stapte op de fiets en deed een poging.