Snelle afdalers keken enorm uit naar de Ronde van Italië, maar kwamen uiteindelijk van een koude kermis thuis. De organisatie trok het beloofde ‘dalersklassement’ deze week in.

Het plan was om bij tien afdalingen de tijd van de renners bij te houden. De renner die een afdaling het snelst aflegt, kon rekenen op vijfhonderd euro. De winnaar van het eindklassement zou nog eens vijfduizend euro krijgen.

Ophef
Het idee leidde tot veel kritiek. Veel wielrenners reageerden verbijsterd.

Overleden
Critici vreesden dat wielrenners door de geldprijs meer risico zouden nemen, met een fatale afloop tot gevolg. In het verleden kwamen wielrenners Wouter Weylandt en Chad Young zelfs om het leven tijdens het afdalen.

Journalist Martin Bons schreef het boek ‘De kunst van het dalen’. De wielerfanaat merkt dat renners vaak slecht zijn voorbereid op afdalingen. “Veel ongelukken gebeuren doordat renners totaal geen idee hebben op wat voor parkoers ze rijden. Je moet goed anticiperen en vooral: weten waar je grens ligt.”

Bons hoopt dat renners daar beter op gaan trainen. “Je moet afdalingen van tevoren goed verkennen. Daar kun je echt minuten op winnen.” Toch doen wielrenners dat volgens hem nauwelijks. “Ze oefenen vooral op de klim.”

Gerechtigheid
De journalist betreurt het dat de dalersprijs er niet komt. “Toen ik las dat de prijs er zou komen dacht ik: eindelijk gerechtigheid. Er zijn allerlei prijzen voor klimmers, sprinters en tijdrijders. Het dalen is een beetje het ongeschonden kindje, terwijl het een belangrijk onderdeel is van het wielrennen.”

Bons pleit daarom voor een trui voor de beste daler. Toch denkt hij dat het nog lang duurt voordat er een afdalersprijs komt. “De komende twintig jaar gaat niemand zich eraan wagen. Maar ik weet het zeker: eens gaat het ervan komen.”

Jubileumeditie
De Giro begon vrijdagmiddag in Sardinië. De Ronde duurt 23 dagen en bestaat uit 21 etappes. Van de 197 deelnemers komen er dertien uit Nederland. Het is dit jaar de honderdste keer dat de etappekoers wordt verreden.