Het is ieder jaar weer een extravagant spektakel: het Eurovisie Songfestival. De één houdt van het liedjesfestijn, de ander gruwelt ervan. Maar één ding staat vast; iedereen beleeft het festival anders. Emotie, rivaliteit, spanning en frustratie horen er ieder jaar weer bij. Hoe populair is het Songfestival eigenlijk in Nederland, en Europa en waar letten kijkers nou op?

Het Songfestival wordt steeds vaker bekeken in Nederland. Na 2004 bereikten de kijkcijfers een dieptepunt, maar vanaf 2013 is er weer een stijgende lijn. Toen deed Anouk mee met het lied ‘Birds’.

Songfestival-watcher Dennis van Eersel wijt de schommelende kijkcijfers aan het impopulaire imago dat het festival jarenlang had: “In Nederland werd het festival impopulair door een gebrek aan succes. Dat zie je ook bij het Nederlands elftal; nu ze een slechte reeks wedstrijden neerzetten is alles opeens slecht. Nu Nederland het op het Songfestival beter doet, stijgen de kijkcijfers weer.” Volgens Van Eersel praat men door het succes positiever over het festival. “Het taboe is eraf, het Songfestival is weer mainstream.”

Songfestival in de afgelopen twintig jaar

Van Eersel startte in 2010 met het Songfestivalblog ESF Magazine. Als volger zag hij het festival veranderen van een ouderwets, relatief braaf evenement in een groteske competitie met veel vlagvertoon en bijzondere acts. “Met de komst van nieuwe deelnemende landen is het festival geëvolueerd tot een groot en succesvol format. Die deelnemers stonden te popelen om te laten zien wat ze in huis hadden, terwijl het festival in de jaren ’90 niet met zijn tijd mee ging.” De nieuwe landen gaven niet enkel een impuls aan de competitie, maar zorgden ook voor een andere sfeer. “In de zaal wordt alles steeds gekker en grotesker. De organisatie moet nu ook al rekening houden met de overlast die vlaggenzwaaiers veroorzaken voor televisiekijkers.”

Eurovision fans

Ondanks die overlast vindt kenner Tom van den Oetelaar de sfeer in Kiev goed. Hij volgt ieder jaar het Eurovisie Songfestival voor Omroep Brabant. “Het publiek is erg gezellig, vriendelijk en enthousiast.” Toch zijn ze soms ook moeilijk. “Voorgaande jaren was er nog boegeroep voor Rusland en als Cyprus twaalf punten aan Griekenland gaf, klonk er gemor.”

De spanning in Kiev is op bepaalde momenten goed voelbaar. “Toen in de eerste halve finale de finalisten werden aangekondigd, was de spanning echt om te snijden. De ontlading achteraf was heel groot.” De bookmakers, die de ranking van de deelnemers bepalen, vergroten de spanning. “Na de eerste halve finale stegen zowel Nederland als België een aantal plaatsen. Dat lichtte de pers uit. In Kiev zijn volgers daar erg enthousiast over en wordt het gezien als een hoogtepunt.”

Kijken in de gay-bar om de hoek

De meeste Nederlandse fans kijken het Songfestival in eigen land. Dat die liefhebbers vaak homoseksueel zouden zijn, is een bekend vooroordeel. “In Nederland is het festival ‘gekaapt’ door de gay-community. Kom hiermee aan in een land als Slovenië en ze vallen van hun stoel van verbazing”, zegt Van Eersel. Het valt Van den Oetelaar op dat homoseksualiteit een belangrijke rol speelt op het liedjesfestijn. “Het festival is populair onder homo’s; kom aan de gay community en je hebt een probleem. Daarom reageren fans in de zaal vaak negatief op de act van Rusland, maar zij doen dit jaar niet mee.”

In Nederland wordt het festival ook bekeken in verschillende gay-bars, wat het beeld versterkt dat de doelgroep doorgaans daar te vinden is. Maar, is dat ook helemaal zo?

Songfestival in Venise Bar in Breda from De Nieuwsredactie on Vimeo.

Voor sommige mensen is kijken alleen niet genoeg.

Niet alleen drankspellen en scorekaarten zijn belangrijk tijdens het Eurovisie Songfestival. Twitter is voor veel kijkers onmisbaar tijdens de uitzendingen:

Geen één optreden ontkomt aan het commentaar van de twitteraars.

https://twitter.com/MartinBruining/status/862758422588129280

https://twitter.com/Wendelien/status/862747588411494400

Aan het einde van de avond heerst er opluchting. OG3NE is door naar de finale!

Door Matthijs Keim en Bo van Geijn