Dolfijnen die ingezet worden om andere dolfijnen te redden. Het klinkt als het begin van een goed kinderboek, maar in Mexico gaat het echt gebeuren. Daar moeten ze hun bijna uitgestorven soortgenoot, de vaquita-dolfijn, gaan redden.

De Mexicaanse regering heeft drie tuimelaars laten trainen. Zij moeten helpen met het opsporen van de vaquita-dolfijn. Op dit moment zwemmen er nog minder dan veertig vaquita-dolfijnen rond op de wereld. Veel dieren raken verstrikt in visnetten en overlijden. De regering wil de dieren vangen en overbrengen naar een opvang. Op die manier hopen ze de populatie te redden.

Net als honden

Dolfijnen zijn hele slimme dieren, vertelt zeezoogdieronderzoeker Ron Kastelein. Je kunt tuimelaars goed trainen, net als honden. “Apporteren kunnen dolfijnen heel makkelijk leren.” Door ze goed te trainen kunnen ze van alles opsporen, dus ook andere dolfijnen. “Ze kunnen met hun sonar onder water kijken als het water troebel is. Op die manier kunnen ze voorwerpen detecteren. Daar komt bij dat ze het geluid van de vaquita-dolfijnen kunnen horen. De afstand is wel enigszins beperkt. Enkele honderden meters, niet meer dan dat.” Toch hoeft dat geen probleem te zijn. “Ze laten die tuimelaars waarschijnlijk los in een gebied waarvan je weet dat de vaquita’s daar zijn. Die zwemmen niet overal rond. Maar vooral waar veel vissen zitten.”

Opsporen van drenkelingen

Dolfijnen zijn dus makkelijk te trainen en zijn goede speurders. Waarom maakt de Nederlandse marine hier geen gebruik van? Nederland is een waterland. Je zou dus denken dat dolfijnen goed kunnen helpen bij het opsporen van drenkelingen. “Het is geen gekke gedachte, maar het is wel vrij kostbaar”, legt Kastelein uit. “De kans dat een boot omslaat, is niet zo heel groot. Maar je moet wel constant dolfijnen houden en er veel mee trainen, eigenlijk dagelijks. Dat is de reden dat niet zo heel veel landen het doen.” Behalve Amerika dat in het verleden al eens dolfijnen inzette om zeemijnen op te sporen. “Maar zij hebben heel veel geld over voor het leger.”

In Nederland voorlopig dus geen speurdolfijnen. Nu maar hopen dat ze in Mexico goed werk kunnen verrichten.