In de Tilburgse Spoorzone werd afgelopen week het internationale Trial&Error Congres georganiseerd. Docenten van verschillende mediastudies uit Europa kwamen bij elkaar om te overleggen hoe zij hun onderwijs willen verbeteren. En die verbetering is hard nodig in een steeds verder ontwikkelende mediawereld.

Donderdagochtend. Een uurtje of tien. De eerste gasten van het congres druppelen Deprez binnen, een oude fabriekshal in de Spoorzone waar nu vooral creatieve mensen kantoor houden. De meesten worden enthousiast begroet door organisator Harmen Groenhart, het is ‘ons kent ons’ bij dit jaarlijks terugkerende evenement. Mensen zoeken naar hun eigen naamkaartje, waarop ook de universiteit en het land vermeld staan. Van Finland tot Portugal, verschillende landen komen voorbij. Hoe zit dat eigenlijk met die gastenlijst?

Aan de bar staat Txema Egaña nog bij te komen van zijn reis. Vroeg in de ochtend is hij vanaf de Universiteit van Bilbao vertrokken naar Tilburg. “Spanje is wel mooier”, bromt hij terwijl hij naar de regenachtige Spoorzone staart. Toch heeft hij het er graag voor over om de reis naar dit congres te maken. “Ik vind het heel belangrijk om met andere collega’s te praten over hoe ze omgaan met studenten. We willen ze namelijk allemaal graag motiveren. Ik doe dat door meteen duidelijk te maken dat ik geen ‘leraar’ ben. Ik ben er namelijk niet om hen iets te leren, dat moeten ze zelf doen. Maar ik ben er natuurlijk wel om ze te helpen.”

Muren zonder stenen

De studenten motiveren, dat lijkt het belangrijkste thema deze twee dagen. Ook de eerste speech van Max Louwerse, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Tilburg, gaat hierover. Op het grote presentatiescherm verschijnt eerst een foto van de gemiddelde collegezaal na een geslaagde studentenstapavond. Leerlingen hangen ongeïnteresseerd, half slapend over hun tafels heen. Louwerse heeft daar iets op gevonden, vertelt hij trots. Op de volgende foto een stuk of zes lachende studenten met een virtual reality-bril op de neus. “Ik gebruik graag mixed reality”, stelt Louwerse. “Op de muren projecteer ik wat de studenten wil leren. Sinds ik dit doe, heb ik alleen maar enthousiaste studenten.” Tevreden ziet hij toe hoe razendsnel de notitieboekjes uit tassen tevoorschijn komen. Anderen maken snel een foto van het scherm.

Posters en pitches

De speech van Max Louwerse is een van de weinige die een uur duurt. De meeste sprekers worden gedwongen tot pitches van maximaal vijftien minuten. Het blijkt dé manier om universitaire docenten (die gewend zijn aan spreken voor grote groepen) zenuwachtig te krijgen. Bij iedere koffiepauze verzuchten ze tegen elkaar hoe moeilijk het is. “Ik heb maar de helft van mijn verhaal kunnen vertellen”, moppert er een. “Het is wel een goede manier om tot de kern van je verhaal te komen”, voegt een ander daaraan toe. Sandra Marinho, universitair docent aan de Universiteit van Braga in Portugal, moest zelfs in vijf minuten haar verhaal vertellen. “Ik vond het echt heel zwaar”, zegt ook zij, “niet per se door de taalbarrière, maar door de tijdsdruk.”

Gelukkig voor de docenten blijft het niet bij een pitch. Direct na hun pitch mogen zij aan de hand van een poster geïnteresseerden nog meer vertellen over hun verhaal.

Workshops

Waar de gasten van het congres ook erg enthousiast over zijn, is de interactiviteit. Het is fijn om niet een dag lang alleen maar te zitten en te luisteren maar ook rond te lopen, zo vinden de bezoekers. Er zijn ook nog workshops georganiseerd door de Fontys Hogeschool Journalistiek, de school van organisator Harmen Groenhart, die met een flinke delegatie docenten aanwezig is. Geleerd wordt vooral hoe je een mooie longread of infographic maakt. Carlos Barrera van de Universiteit van Navarra, Spanje, plakt vliegensvlug wat foto’s van zijn deelname aan de marathon in New York onder elkaar. “Nog steeds trots op”, grijnst hij. Maar dan komen de foto’s ineens schuin in zijn infographic te staan. Vlug trekt hij zijn handen van zijn laptop af: “Hé, dat hoort niet zo”. Yael de Haan van de Hogeschool Utrecht heeft er minder moeite mee. Binnen een kwartier heeft ze haar opdracht klaar. “Dit is echt heel erg makkelijk’, stelt ze tevreden.

Een andere workshop, op de vrijdag, gaat over het motiveren van studenten. Er moeten tips worden bedacht voor een school in Eindhoven hoe zij hun studenten enthousiaster kunnen krijgen. Op de tweede dag krijgen de docenten in de gaten dat er ook studenten aanwezig zijn. Zij krijgen dan ook al snel het nog lege blaadje in handen gedrukt: “Ja jongens, hoe motiveren we jullie nou?”.

Geslaagd

Na twee dagen Trial&Error congres is er veel lof voor organisator Harmen Groenhart. Voor hem was het de eerste keer dat hij dit congres organiseerde. Hoe moet dat? Hoe vindt hij het zelf gegaan én wat was nou zijn worst case scenario?

Na afloop van het congres gaan bijna alle docenten direct terug naar het vliegveld, weekend vieren in eigen land. Op naar volgend jaar in Portugal!