Het wordt voor de topsport in Nederland steeds moeilijker om de aansluiting met de Europese top te houden. Top tien-noteringen in de medaillespiegel van de Olympische Spelen zullen nog verder uit zicht raken. Dit voorspellen het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid (RIVM).

Bij een aantal sporten is een daling te zien in prestaties, bijvoorbeeld in het aantal medailles op Olympische Spelen en wereldkampioenschappen. Hieronder zijn enkele Olympische sporten uitgelicht.

Geld boven succes
Bert Rutten, ex-bondscoach van het Nederlandse dressuurteam, ziet het niveau in de paardensport steeds verder afzakken. “De prestaties in de paardensport zijn voor een groot gedeelte afhankelijk van de kwaliteit van de paarden.” Maar volgens Rutten is de keuze van de mens voor het geld ook van invloed op de paardensport. Nederlandse paarden worden vaak verkocht aan buitenlandse ruiters. “Paardrijders lijken liever geld te willen, dan succes in de sport.” Ook bij de jeugd gaat het niet goed; de jonge ruiters worden niet goed opgeleid. “De paarden worden aan een willekeurige ruiter toegewezen, terwijl er tijd nodig is om een ruiter aan het meest geschikte paard te koppelen. Als het proces tussen rijder en paard vanaf het begin al verkeerd gaat, zullen de gevolgen daarvan later altijd zichtbaar blijven. En dat is wat er momenteel gebeurt.”

Geen geld, geen succes
Er zijn andere oorzaken binnen topsport die resultaten beïnvloeden, financieel gezien bijvoorbeeld. De ex-bondscoach en ex-technisch directeur van de Judobond, Cor van der Geest, deed in 2014 zijn beklag in een open brief over de situatie in de topsport. “De top van Nederland wordt bij hun club weggehaald en naar Papendal gestuurd. Daardoor blijven er niet veel goede sparringspartners over. Die partners kunnen niet mee naar Papendal; daar is geen geld voor.” Er zijn in de judowereld al jaren politieke discussies bezig, waardoor er weinig duidelijkheid kwam. Discussies over het beleid, en over wie de leiding moet nemen in bijvoorbeeld de centralisatie. Hier ontstaat af en toe nog wel onenigheid over.

De Judobond is nu wel bezig met het centraliseren; de topjudoka’s moeten op Papendal wonen en de subtop moet daar komen trainen. Niet komen opdagen op trainingen betekent uitsluiting van deelname aan belangrijke toernooien. Een grote meerderheid van de sporters zelf is daar op tegen. Zij moeten hun hele leven omgooien om te kunnen blijven sporten op niveau. Ben Sonnermans, de opvolger van Cor van der Geest bij de Judobond, kan hier ook geen einde aan maken. Van der Geest: “Wat ik kan concluderen na anderhalf jaar is dat Ben van zijn voetstuk valt, iedereen ruzie maakt met elkaar en het judo stuurloos lijkt.”

Tijden steeds dichter bij elkaar
Vroeger waren de eindtijden van de Nederlandse zwemmers heel verschillend; er zat veel meer tijd tussen. Tegenwoordig zitten de resultaten van de zwemmers dichter bij elkaar. Voormalig bondscoach René Dekker heeft dit proces van dichtbij meegemaakt. “Het gebeurt regelmatig dat een zwemmer eerste wordt, en dan een toernooi later opeens weer met lege handen staat.” Niet alleen het veranderende prestatieniveau maakt aan de top komen als zwemmer lastig. “Rijk worden door zwemmen is lastig, daarom wordt er naast het sporten gewoon gewerkt. “De topsporters kunnen zich het niet permitteren om hun baan op te geven. Met zwemmen verdien je zelden je brood.”
De huidige bondscoach Marcel Wouda ziet het anders. “De huidige groep sporters heeft de beste begeleiding tot nu toe. We proberen ze sport en werk zo goed mogelijk te laten combineren.” Hij geeft wel toe dat er ook dingen beter konden. “Uit een of twee lichtingen zwemmers hebben we niet genoeg gehaald; aan hen is te weinig aandacht besteed.”