Ik heb heel veel vooroordelen over mensen die paardrijden. Waar ze vandaan komen? Ik weet het niet. Want een paardrijwedstrijd heb ik nog nooit bijgewoond. En dus ging ik naar de ‘Christmas Show’, een driedaagse springwedstrijd op manege Den Goubergh. Zouden mijn vooroordelen bevestigd worden?

Een beetje gespannen loop ik het terrein op. 

Vooroordeel 1: Paardenmensen zijn rijk en gedragen zich uit de hoogte
Een vrouw met een paard loopt me tegemoet. Ik glimlach en knik ter begroeting, maar ze blijft strak naar voren kijken. ‘Zie je wel!’ denk ik bij mezelf, ‘Paardenmensen zijn arrogant.’

Een klein beetje van mijn stuk gebracht en met frisse tegenzin loop ik het gebouw binnen waar de wedstrijd zo gaat beginnen. Het is nog rustig, de wedstrijd begint pas over een half uur. Ik besluit in het restaurant aan de bar een kopje koffie te drinken.

Aaltsje Hoekstra

Vooroordeel 2: Een paardrijwedstrijd is een chique bedoening
Door de speakers van het restaurant klinkt muziek uit de Top 40 en naast me zit een man in een oude versleten spijkerbroek met vlekken. Als ik om mee heen kijk zie ik geen Gucci-tasjes, Chanel-outfits of van mensen met van die gekke hoedjes, iets wat ik wel had verwacht. Als de paardengeur niet zo overweldigend was, had ik me net zo goed in een buurthuis kunnen bevinden.

‘De eerste wedstrijd gaat beginnen’, klinkt door de speakers. Een voor een zie ik de ruiters en hun paarden het parcours afleggen. Omdat ik geen flauw benul heb waar ik nu eigenlijk op moet letten bij zo’n springwedstrijd beginnen me andere dingen op te vallen.

Vooroordeel 3: Voornamelijk meisjes houden van paardrijden
Ik heb nu zo’n tien verschillende ruiters voorbij zien komen, waarvan er acht mannelijk waren. Ik betrap mezelf erop dat ik toch – stereotyperend gedacht – dacht dat het vooral meisjes of vrouwen zouden zijn die paardrijden. Toch is dit niet het geval, want ook als ik om me heen kijk zie ik vooral mannelijke toeschouwers.

Vooroordeel 4: Paardenmensen zijn niet aantrekkelijk
Ik moet zeggen dat van al die mannelijke toeschouwers en mannelijke ruiters, geheel onverwacht mijn hartje toch wat sneller gaat kloppen. Ze zeggen weleens dat baasjes op hun dieren gaan lijken, maar ik zie hier naast me toch echt iemand met een goede kaaklijn in plaats van een paardenbek. Als onze blikken kruisen geef ik hem een glimlach, maar ook deze keer blijft die onbeantwoord.

Aaltsje Hoekstra

Ik besluit me weer op de wedstrijd te richten. Een man van een jaar of dertig, met een groot wit paard is aan de beurt.

Vooroordeel 5: Paardenmensen houden van hun paard zoals ze van hun kind houden
Net voordat hij zijn paard de eerste hindernis over stuurt hoor ik een ‘pets’ en als hij de hindernis overgaat die goed in mijn zicht is begrijp ik waarom: hij heeft een zweep. Het is de eerste zweep die ik voorbij zie komen en de combinatie met zijn agressieve rijstijl geeft me een beetje een naar gevoel. Ik betrap mezelf op een vertrokken gezicht en op medelijden met het paard. ‘Paardenmensen zijn toch juist heel lief voor hun paard?’

Er volgen nog een paar rondes en bijna direct na de laatste ruiter is het tijd voor de prijsuitreiking. De man met de zweep blijkt gewonnen te hebben. Trots en met een zelfingenomen glimlach rijdt hij zijn ererondje. Ik merk dat ik het hem niet gun. Het is jammer dat het enige vooroordeel waarvan ik het niet erg had gevonden als het waar was geweest, juist níet blijkt te kloppen.