Steeds meer modemerken en winkels maken een statement door het nét even anders te doen dan wat we gewend zijn te zien in de bladen. Zo toont webshop ASOS nu een aantal kledingstukken op verschillende figuurtypes. Iets wat mode activiste Janice Deul, van het inspiratieplatform Diversity Rules, alleen maar kan toejuichen.

Het achterliggende idee van ASOS is dat je je een betere voorstelling kunt maken van hoe een kledingstuk op jouw lichaam zou staan. “Mode gaat verder dan alleen stijl. Het is ook zelfbeeld, empowerment en representatie”, zegt Deul. Hoewel ze iedere stap goed vindt, is ASOS nog wel wat voorzichtig met de modellen. “Echt heel grote maten zien we nog niet terug.”

Toekomst
De grootste maat die ASOS nu verkoopt op de ‘gewone’ afdeling is maat 46. Daarna moet je door naar de plussize afdeling. “En dat te bedenken dat maat 42 de gemiddelde maat in Nederland is. Meisjes die naar een aparte plussize afdeling moeten, vinden dat toch een beetje ongemakkelijk.” Deul ziet daarom zelf ook het liefst een winkel waarin alles door elkaar hangt. “In Amsterdam heb je de winkel Nobody Has To Know, waar de outfits niet specifiek op maat hangen. Daarnaast zijn ze genderneutraal. Dat is de toekomst van de mode.”

Plank misslaan
Deul is een voorvechter voor diversiteit, maar ze ziet het ook vaak misgaan. “Het is mooi dat diversiteit nu op de agenda staat, maar er zijn bedrijven die de plank misslaan doordat ze diversiteit inzetten als een marketingstunt.” Ze gebruikt de reclame van Heineken als voorbeeld, waarin een light-biertje langs drie mensen met een donkere huidskleur glijdt en bij een witte vrouw eindigt. In beeld verschijnt de tekst: lighter is better.

Stereotypen
Er zijn dus al meer verschillende soorten modellen maar het kan nog altijd beter, vindt Deul. “Ook achter de schermen bij bijvoorbeeld modebladen wil ik meer kleur zien en er moet meer diversiteit binnen de diversiteit komen. Dit betekent dat er niet maar één soort zwart model bestaat of één type hippe oudere vrouw, maar dat er daarbinnen nog zoveel meer is. Anders creëren we nieuwe stereotypen.”