Het is misschien niet de eerste sport waaraan je denkt als het gaat om dopinggebruik van sporters, maar ook in de dartwereld speelt doping een rol. Echter wordt de doping die de darters gebruiken niet per se gebruikt om een groter succes te worden in de dartwereld.

Dopingmiddelen die voornamelijk worden gebruikt binnen de dartwereld, zijn bètablokkers en stimulantia. Deze zorgen voor een rustig hartritme en een optimale concentratie. Alleen zijn dat niet vaak de middelen die worden aangetroffen, als blijkt dat een darter doping heeft gebruikt. Zoals bijvoorbeeld darter Kevin McDine die gisteren met terugwerkende kracht is geschorst omdat er cocaïne in zijn lichaam was aangetroffen. De sport staat bekend van de pintje bier naast het podium en een sigaretje op de toilet, maar ook voor darters geldt er een dopinglijst waaraan zij zich moeten houden.

Preventie

De NDB (Nederlandse Darters Bond) vindt het principe van de lijst niet terecht, maar begrijpt dat er moeilijk onderscheid te maken is. “Al is de lijst niet op alle gronden gelijk. Darters worden bijvoorbeeld toegestaan alcohol te drinken en in de autosport is dit uiteraard een ‘no-go’”, meldt de NDB. “Wij proberen onze darters goed op de hoogte te brengen van de regelementen, maar wij zijn er alleen ter preventie. Wij zijn hier niet voor de handhaving.”

Elke sporter gelijk

Vanuit de WADA (World Anti Doping Agency) bestaat er een lijst met daarop middelen die vallen onder doping. Echter is deze lijst universeel voor elke discipline, waardoor er geen onderscheid wordt gemaakt onder sporten. Dit betekend dat voor een darter dezelfde middelen verboden zijn als bijvoorbeeld een wielrenner. “Als een darter anabolen gebruikt heeft dat geen effect op zijn prestaties als darter, maar hij wordt hier wel voor gestraft”, vertelt Herman Ram, directeur van Doping Autoriteit Nederland. “De lijst is opgesteld omdat wij willen dat elke sporter zich gelijkwaardig gedraagt; daar maken wij geen onderscheid in”, vertelt Rem.