Dat de  kwaliteit van een scheidsrechter  die een wedstrijd fluit van de Champions League hoog moet liggen is niet de enige voorwaarden. Nederlandse scheidsrechters zijn al tientallen jaren aan het meefluiten bij de ‘grote jongens’. Maar hoe komt dit?

Nederlandse scheidsrechters doen het de afgelopen twintig jaar erg goed. Dick Jol, een Nederlandse scheidsrechter, was de eerste die maar liefst zeven wedstrijden mocht fluiten tijdens de Champions League. Wat vooral opvalt is dat bij andere landen zoals Frankrijk, Duitsland en België veel verschillen zijn in het aantal scheidsrechters dat mocht fluiten tijdens de Champions League. Dit terwijl dat bij de Nederlandse fluiters een vrijwel constante lijn te zien is.

Je kunt de beste van de wereld zijn, maar als een club uit jouw land meedoet heb je pech.

In de weergegeven grafieken staan het aantal scheidsrechters dat in een periode van twintig jaar een of meerdere Champions League gefloten heeft.

Aantal scheidsrechters dat meedeed in Nederland
Aantal scheidsrechters dat meedeed in Frankrijk
Aantal scheidsrechters dat meedeed in Duitsland
Aantal scheidsrechters dat meedeed in België

Waarom doen de Nederlanders het eigenlijk zo goed? Het meest voor de hand liggende antwoord op deze vraag is natuurlijk: ”Zij zijn gewoon goed.” Maar zo simpel is het niet.

De kwaliteit van een scheidsrechter moet vrijblijvend zijn.

Mario van der Ende heeft in de jaren ’90 succesvol vele wedstrijden gefloten in de Champions League. Dat de kwaliteit van een scheidsrechter niet het enige is waar rekening mee gehouden wordt, staat volgens Van der Ende vast. ”Het is een kruising tussen kwaliteit en andere factoren. Je kunt de beste van de wereld zijn, maar als een club uit jouw land meedoet heb je pech: je mag namelijk niet je eigen land fluiten. Ook probeert de UEFA, die arbiters selecteert, soms de wedstrijden eerlijk te verdelen onder scheidsrechters. Kwaliteit is dus niet altijd doorslaggevend, terwijl dit voor een scheidsrechter vrijblijvend moet zijn.”