Twee Albert Heijn-filialen in Amsterdam zijn begonnen met ‘Tap To Go’, een concept waarbij je een app tegen het schap aanhoudt en daarmee je product betaalt. Het bedrijf heeft dit initiatief opgezet om mensen niet in een rij te laten staan. Maar wordt het nu niet makkelijker om producten mee te nemen en er niet voor te betalen?

Het begon toen supermarkten een ‘apparaat’ invoerde waarmee je zelf door de supermarkt liep en je eigen producten scande. Daarna introduceerde Albert Heijn in 2015 de zelfscandesk; hier kwam geen kassière aan te pas. En sinds deze week komt de Albert Heijn met een concept wat nog verder gaat: ‘Tap To Go’. Hierbij komt een werknemer van de supermarkt nog minder in beeld. Het gaat in het speciaal om klanten die snel een enkel product nodig hebben, waarvoor ze dan niet in de rij hoeven te staan. “Op het hoofdkantoor in Zaandam hebben we hier al een paar maanden mee geëxperimenteerd en iedereen was enorm enthousiast”, vertelt een woordvoeder van Albert Heijn.

Vertrouwen zit hoog bij de Appie
Echter maakt het de kans op diefstal niet kleiner. Ook al bij de voorganger, de zelfscankassa, was diefstal makkelijker. “Het is meestal niet eens met opzet, maar soms kom je er pas buiten de winkel achter dat je niet alles hebt gescand”, vertelt Stefan, student in Tilburg. “Vooral op stations is het makkelijk, omdat je daar heel gemakkelijk een koffietje kan meepakken. Ze zien niet of je betaalt voor de koffie en er wordt niet vaak naar gevraagd”, vertelt hij. “Wij vertrouwen erop dat klanten dat product dan alsnog komen afrekenen. Met Tap To Go is dat heel makkelijk want je hoeft alleen maar het schapkaartje aan te tikken”, is de reactie van de Albert Heijn woordvoerder. “Bij zelfscan en ‘scan&go’ voeren we steekproefsgewijs controles uit. Dat is met ‘Tap To Go’ wat lastiger. Maar er lopen medewerkers in de winkel rond die opletten. Bovendien valt het op als je niet betaalt omdat bij het tappen een piepje te horen is en het schapkaartje groen oplicht.”