Met natte haren slenterden we langs de uitgestrekte Jordaanse akkers op zoek naar een taxi die ons naar Amman kon brengen. Het duurde niet lang totdat er een man van middelbare leeftijd zijn raampje opendraaide en ons heel persoonlijk ‘my friend’ begon te noemen.

Terwijl de brandende zon langzaam weg zakte achter de vele luxe resorts langs de Dode Zee noemde de taxichauffeur het ene na het andere exorbitant hoge bedrag. Na zijn tweede zin konden we ook ‘special price’ van de buitenlandsetaxichauffeurbingo afstrepen, maar verleidelijker werd het aanbod van 25 Dinar er niet van.

Vrienden maken

Enige onderhandeling leidde tot een prijs van 23 Dinar. Onze chauffeur begon bij elke cent die we afdongen iets driftiger van zijn sigaret te roken. Als hij een stripfiguur zou zijn, zou er nu zelfs een klein donderwolkje boven zijn hoofd hangen. Gelukkig noemde hij ons nog steeds ‘his best friends’. En van een ‘special price’ was ook nog steeds sprake.

Nadat we de taxi waren ingeklauterd en onze benen in onze nek hadden gelegd, vertelde de man de ene na de andere onverstaanbare anekdote. Om zijn humeur op peil te houden, deed ik me best om mijn mondhoeken omhoog te houden en heel veel ‘yes’ te roepen.

De dagelijkse vraag

Rijdend door de woestijn dommelde ik langzaam weg op de leren bekleding van de Hyundai i40. Mijn ogen waren nog niet dichtgevallen of ik kreeg platte hand om mijn bovenbeen. ‘Where are you from?’, vroeg hij met groot enthousiasme. ’The Netherlands’, zei ik terwijl ik nog over mijn been wreef om de pijn van de klap te taxeren. Vervolgens viel het W-woord ook snel. ‘Ah, the country of weed?’, vroeg de man retorisch. Na een zucht beantwoordde ik de vraag toch maar weer met ‘yes’.

Hij was zeker niet de eerste Jordaniër die dit vroeg. Na twee dagen had ik deze vraag al minstens 76 keer moeten beantwoorden, maar om het onkreukbare humeur van de man in stand te houden, gaf ik hem het gewenste antwoord.

Praten, praten en nog eens praten

Na enkele dialogen hoopte ik dat de gespreksonderwerpen op begonnen te raken, maar helaas. Onze chauffeur praatte volgens het Martini-principe: Anywhere, anytime and any place. Gelukkig kon ik even bijkomen in de bijrijderstoel nadat de taxichauffeur opeens zijn smartphone uit zijn zak haalde en begon te appen. Zijn niet al te beste rijvaardigheid werd er ook niet beter op. Van slingerend rijden gingen we nu over op de zigzaggende rijstijl. Even hoopte ik dat ik in een lesauto zat om zo nu en dan op de rem te drukken.

De gedroomde lesauto was helemaal van pas gekomen toen we langs de souvenirswinkel reden. Tijdens het beantwoorden van een van zijn e-mails parkeerde hij de auto plotseling pal naast een winkel. ‘If you want to look around, I wait for you, zei hij terwijl wij ons min of meer verplicht de auto uitwurmden.

Het avontuur in de souvenirwinkel

Bij binnenkomst werden we vriendelijk verwelkomt door de eigenaar, die niet geheel toevallig ook sprekend leek op onze taxichauffeur. Na een verplichte rondleiding langs de souveniers werd het ene na het andere product in onze handen gedrukt. Ook de eigenaar van de souvenirwinkel had het veel over ‘special prices’ en hoewel we bij binnenkomst ons voorgesteld hadden bleek onze naam niet doorgedrongen en werden we weer opvallend vaak ‘my friend’ genoemd.

Twee gekochte souvenirs verder liepen we tegen een volgepropte touringbus Chinezen aan. Die na trips in de historische steden Petra en Jerash nog de souvenirswinkel door hun strot kregen geduwd. Ook de buschauffeur leek weer opvallend veel op de eigenaar van de winkel. Even waanden we ons in Urk in plaats van het metropool Amman.

De laatste kilometers

Lopend naar de taxi probeerde de chauffeur ons met ingewikkelde gebaren wat wijs te maken. Uit zijn geringe Engelse repertoire kwamen de woorden ‘brother’ en ‘drive you’. Met al deze cryptische aanwijzingen maakten we ons op voor een vervolg in de auto van zijn broer.

Met Arabische muziek op de achtergrond reden we onze laatste kilometers door de bruisende straten van Amman. Eenmaal aangekomen bij ons hotel vertelde de nieuwe chauffeur op zeer joviale toon dat hij bereid is om ons door heel Jordanië te navigeren. Van de Rode Zee tot Amman, we kunnen hem altijd bellen. En niet te vergeten: ‘My brothers also’.