Door Rick Lemmens
Maria Laura Scuito is vrijwilligster bij de christelijke hulporganisatie Sant’Egidio in Catania, de tweede stad van het eiland Sicilië. De organisatie, die vergelijkbaar is met het Leger des Heils, helpt daklozen, ouderen en vluchtelingen.

“In 2013 kwam de eerste boot met vluchtelingen aan in Catania. Het was nog niet eerder voorgekomen omdat de boten altijd naar Lampedusa voeren. De stad was er niet op voorbereid om deze mensen op te vangen. Sommige van de vluchtelingen in de boot probeerden naar de kust te zwemmen, maar omdat het water te diep was verdronken er zes. De mensen op het strand probeerden te helpen.”

Veel inwoners, onder wie Maria, hoorden ervan via de radio of zagen het op de televisie en gingen naar hulporganisaties toe om hun hulp aan te bieden.

“Ik voelde dat de stad klaar was om deze mensen te helpen. We kregen veel telefoontjes van inwoners die hun hulp aanboden. Nu is dat anders. De mensen zijn minder bereid om te helpen. Misschien omdat er zowel nationaal als internationaal anders wordt gedacht over immigranten.”

‘Er ontstaat vriendschap tussen de vrijwilligers en vluchtelingen’

De stad heeft ook haar eigen problemen: sinds een paar maanden heerst er een economische crisis, waardoor de bevolking het zelf zwaar heeft. Maria gelooft wel dat er nog steeds mensen willen helpen. “Er ontstaat een vriendschap tussen de vrijwilligers en de vluchtelingen. We zoeken manieren om connecties te vinden.”

Maria vertelt hoe Sant’Egidio omging met de plotse komst van de vluchtelingen: “We verzamelden eten en kleren en gingen naar de vluchtelingen toe om ze te helpen. We hadden al eerder vluchtelingen ontmoet, maar deze keer ontvingen we ze persoonlijk.”

Ze legt uit dat de eerste boot voor een shock zorgde waardoor inwoners wilden helpen. Tegenwoordig is het een stuk minder speciaal als er een boot met vluchtelingen aankomt. “Er zijn nog individuele mensen die denken dat het werk nut heeft, maar de algemene sfeer is veranderd.”

‘De inwoners waren er klaar voor’

“Die eerste boot was een kans om de stad te openen. De inwoners waren er klaar voor om de vluchtelingen op te vangen, maar de organisatie nog niet. We hadden niets voor ze, geen eten, onderdak of kleren, maar wel de harten van de inwoners.” Dat is nu nog terug te zien in het brede netwerk dat wordt gebruikt door de organisatie om werk en onderdak te vinden voor de vluchtelingen. Als een vluchteling werk heeft, worden zijn kansen op een verblijfsvergunning groter omdat een rechter vaak rekening houdt met die zaken. “Er zijn leraren die ze les in de taal geven en advocaten die ze helpen met hun procedure.”

De organisatie gaat naar nieuwe vluchtelingen toe om samen te bidden voor de overleden familie en vrienden, maar ook omdat ze gelukkig zijn dat ze de tocht hebben overleefd. “Vanaf dit moment begint een vriendschap,” zegt Maria. Ook bij het vinden van vluchtelingen die hulp nodig hebben wordt het netwerk van Sant’Egidio ingezet. “Buren of vrienden vragen ons vaak of we en manier hebben om te helpen.”

‘Mijn vrienden uit het vluchtelingenkamp helpen mij nu’

“Het is belangrijk voor mij dat de vluchtelingen een normaal leven krijgen met een baan en een huis, maar vooral met vriendschap. Ik zie mijn vrienden die ik in het vluchtelingenkamp heb ontmoet die mij nu helpen bij het andere werk dat de organisatie doet, zoals het geven van Engelse les. Het resultaat is dat een oude man die verder alleen een Siciliaans dialect spreekt een gesprek heeft met een Syrische vluchteling in het Engels.”