WJtte

Een vluchtelingenkamp waar families al generaties wonen. Het klinkt te gek voor woorden, maar in Palestina is het de werkelijkheid. Toen in 1948 de staat Israël werd gesticht, verdreef men de Palestijnse bewoners richting de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Deze vluchtelingen werden in wijken ondergebracht die nu als de kampen bekend staan.

Onder begeleiding van een locale gids loop ik richting Am’ari, het vluchtelingenkamp in het oosten van de stad Rammalah. Wanneer ik de gids, Nasser, vertel dat de geweerschoten in de verte de eerste schoten zijn die ik ooit heb gehoord, kijkt hij er van op, maar lacht het ook snel weg. “We hear this everyday my friend.”

Aan de rand van het kamp staat een gloednieuwe moskee, die sterk afsteekt tegen de stapel vernielde auto’s ertegenover. Het gebedshuis is gebouwd met geld van Qatar.

In Am’ari hangen vlaggen en vlaggetjes die aangeven wie er in de huizen te vinden is. Er zijn drie verschillende: de Palestijnse vlag, de gele van Fatah, en de groene van Hamas. De laatste twee zijn de twee grote politieke partijen van het land. Vooral onder de Israëliërs staan beide partijen bekend om het niet schuwen van geweld.

Op straat zijn vooral kinderen, en een enkele volwassene die lijkt te kijken hoe het gras tussen het asfalt door groeit. Het favoriete speelgoed is een klein plastic pistooltje waar kruitstaafjes in gedaan worden. Haal je de trekker over, dan volgt er een luide knal, en vooral de duidelijke geur die nederlanders kennen als vuurwerk. De stemming is goed, schrikbarend goed, want aan het einde van de straat is de brandlucht nog niet uit een recent verwoest huis getrokken.

Overal op straat hangen foto’s van kampbewoners die door geweld om het leven zijn gekomen. Naast het verwoestte huis hangt de foto van de bewoner van het huis (naam volgt). In het huis zelf lijkt vuur net uit te zijn. Tussen het puin liggen alleen nog maar metalen en stenen objecten die de vlammenzee overleefd hebben. Am’ari staat bekend om de regelmatige bezoeken van de Israeli Security Forces, die volgens de consensus schuld dragen van de verwoesting.

Op de terugweg helpen een paar jonge jongens met het vinden van de bus naar Jeruzalem. Na een trage grensovergang voelt het ergens wel veilig om weer terug te zijn in Israël.