Het is de eerste avond in Lido, een van de eilanden dat we kennen onder de naam ‘Venetië’. We zitten aan tafel bij een typisch lokaal restaurantje, nog geen vijfhonderd meter van ons hotel vandaan. Met een glas rosé en een bord pasta genieten we nog even van de stad en dat mag ook wel na een reis van acht uur. Eenmaal op het vliegveld van Venetië aangekomen is het namelijk nog een hele opgave om naar een van de eilanden te varen. We raken aan de praat met een van de serveersters en wanneer wij haar vragen naar haar mening over het toerisme antwoordt ze: ‘’Toeristen, die komen hier alleen voor het eten en voor de kusjes. Venetië is veel meer dan dat. Het heeft een ongelooflijk mooie achtergrond met erg veel kunst en klassieke monumenten, dat zien ze alleen niet.’’

De Venetiaan is boos, en niet zo’n beetje ook. Jaarlijks overspoelt het eiland namelijk letterlijk én figuurlijk met toeristen en het zeewater. De gemeente lijkt er volgens de bewoners niet al te veel aan te doen en mensenbelangenorganisaties vervullen hierdoor een belangrijke taak. We hebben de grootste problemen even op een rijtje gezet voor je. Gedurende de week lichten we deze uitgebreid toe.