Nederland is gisteren opgeschrikt door een schietpartij in een Utrechtse tram. Na de gebeurtenis werden we vrijwel meteen overspoeld met informatie over deze gebeurtenis. Achteraf bleek echter dat er vaak sprake was van foutieve berichtgeving door sommige media.

Een veelvoorkomende fout in de berichtgeving over de schietpartij is dat veel media meteen spraken over een aanslag met teroristisch motief, terwijl dit nog niet met zekerheid is vastgesteld. Ook meldde de burgemeester van Utrecht, Jan van Zanen, in het NOS Radio 1 journaal dat alleen hoofdverdachte Gökmen T. nog vastzat. Dit werd later tegengesproken door de politie. Die meldde namelijk dat de hoofdverdachte plus de twee andere verdachten nog steeds vastzitten.

De reden
Mark Deuze, hoogleraar Mediastudies, vertelt wat de reden van deze foutieve berichtgeving zou kunnen zijn. “Bij dit soort heftige gebeurtenissen gaat het erom dat iedereen meteen alles wil weten. Het is dan ontzettend lastig om goede journalistiek te bedrijven. Aan de ene kant wil je het liefst wachten totdat je je verhaal compleet hebt, maar dan ben je al te laat. Dan gaan mensen dat eigenlijk zelf al aanvullen.” Deuze vertelt dat door deze druk vaak verkeerde informatie gepubliceerd kan worden. “Dit is de informatie waar zij op dat moment beschikking over hebben en die wordt dan later aangepast.”

Het gevolg
Het gevolg van deze foutieve berichtgeving is volgens Deuze niet zozeer dat het publiek verkeerd wordt geïnformeerd. “Zo één op één is de relatie tussen een journalistieke bron en wat mensen daarvan oppikken niet. Mensen krijgen namelijk van zulke heftige gebeurtenissen honderden verschillende brokjes van informatie binnen.” Op lange termijn zou volgens Deuze hieruit wel een probleem kunnen ontstaan. Het vertrouwen in een medium zou namelijk af kunnen nemen wanneer er vaker een foutieve of geen berichtgeving plaatsvindt.